Eén, twee, drie…
De column van Arjan Neeleman
10 oktober 2026 Arjan Neeleman
Beste luisteraars,
Het valt inmiddels niet meer te ontkennen: de herfst lijkt Krimpen binnen getrokken te zijn. Het is bijna half oktober dus dat is ook weer niet zo vreemd. Hoog tijd zelfs zou je misschien wel kunnen zeggen. De herfst maakt velen, en ook mij vaak, een tikkeltje weemoedig. Het neigt tot terugkijken en zo. Ik hou zelf juist heel erg van de lente. De lente staat voor mij voor vooruitgang en toekomst. De ontwikkeling van het onbekende en het nieuwe, zal ik maar zeggen. De hoop op mooie betere dingen.
Half oktober is dat natuurlijk allemaal nog weer ver weg. Maar ik wil niet toegeven aan neerslachtigheid. Ik heb geen talent voor depressiviteit dus de mouwen opgestroopt.
Ik wilde deze keer eens mijn column besteden aan onze nieuwe raad en ons nieuwe college van burgemeester en wethouders. Een kritische en onafhankelijke analyse; wellicht hier en daar voorzien van een kanttekening of mild ironische observatie. Deze club lokale bestuurders zit er inmiddels een paar maanden en heeft dus voldoende aanlooptijd gehad om van zich te doen spreken. Zou je zeggen.
Eerlijk gezegd: het viel mij nog niet mee. Het is nou niet bepaald of de lokale media vol staan met geestdriftig aangekondigde nieuwe plannen en nieuw politiek-bestuurlijk elan. Het raadhuis loopt bij commissie- en raadsvergaderingen nog niet vol met insprekers die met haast overslaande stem proberen de lokale politiek te overtuigen van de onjuistheid van een politiek voorstel of de gemeente proberen te behoeden voor onzinnig beleid. Ik had inmiddels op iets meer vuurwerk gehoopt. Met Samen voor Krimpen in de lead had ik toch verwachtingen die nog niet waargemaakt lijken te worden. Vooralsnog lukt het de SGP weer prima om alles onder dezelfde deken van ogenschijnlijke samenhorigheid en gemoedelijkheid te smoren. Daar hebben de mannenbroeders natuurlijk ook al decennia lang ervaring in. En het heeft er nog niet de schijn van dat Samen voor Krimpen die deken van zich af kan werpen.
Voorlopig dus vooral beleidsvoorstellen in de trant van een update van de Meerjarenplanning Beheer Openbare Ruimte of een begrotingswijziging van de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond. Noodzakelijk en belangrijk voor het bestuur natuurlijk, maar niet echt iets waar de burgers van Krimpen voor warm lopen. Doet het bloed niet echt koken, zeg maar. Het is ongeveer zo spannend als kijken naar uithardende stopverf. Ik hoop op meer de komende tijd. Voorlopig kunnen we er niet veel mee in een column. Hoewel: ik heb het er nu toch al een paar minuten over…
Maar goed: ik begon vandaag met te zeggen dat ik niet bij de pakken wil neerzitten. Karl Popper stelde al: optimisme is een morele plicht. Een mooie gedachte die ikzelf graag omarm. En voor een columnist zijn er altijd onderwerpen. Dus ik waag mij eens aan een korte beschouwing van de Haagse politiek. In allerlei opzichten toch ook weer niet zo ver verwijderd van ons eigen Krimpen.
Prinsjesdag is nog maar kort geleden en de Algemene Politieke Beschouwingen liggen nog vers in het geheugen. De eerste keer voor het minderheidskabinet van premier Rob Jetten. Ik zag dat de premier zich redelijk behendig door de beschouwingen wist te manoeuvreren met een soort optimisme dat niet helemaal in lijn leek te liggen met de harde feiten, maar eerder deed denken aan de hardnekkige en onuitroeibare overtuigingen van een Jehova’s Getuige. Zat ik hier te kijken naar de Iraakse minister van Informatie tijdens de begindagen van de Golfoorlog, of is er reden om te veronderstellen dat de minister-president niet alleen maar een ‘goed weer’ praatje aan het houden is? De oppositie leefde zich uit in toch wat gemakkelijk Oh en Ah roepen. Jesse Klaver van PRO nadrukkelijk voorop. Een beetje te gemakkelijk vind ik voor een politicus die zelf iedere keer weer op het laatste moment terugdeinst om zelf eens een keer regeringsverantwoordelijkheid te nemen. Maar bien.
Een interessante vraag is volgens mij de volgende: het uitgesproken optimisme van de premier is in zichzelf natuurlijk aanstekelijk en besmettelijk, maar is het wellicht mogelijk om de onderliggende hoop van een funderende beredenering te voorzien? Een minderheidskabinet in Nederland is misschien geen unicum, maar er is nog niet eerder een succesvolle variant van uitgevoerd. Het vraagt natuurlijk ook nogal wat. Niet alleen bekwame en standvastige leden van een kabinet en een vaardige premier aan het stuur. Om deze bestuurlijke vernieuwing te laten slagen is ook een verstandige en behendige oppositie nodig. Een noodzakelijke voorwaarde is dat de oppositie niet louter op zoek is naar de val van het kabinet en weer nieuwe verkiezingen. Nederland is inmiddels wel een beetje verkiezingsmoe en alle afgelopen coalities hebben niet laten zien in staat te zijn om de grote problemen van deze tijd op te lossen. Immigratie, woningnood, stikstofcrisis, energietransitie; u kent het rijtje wel.
Wat is er dan nodig, hoor ik u vragen? Sommigen, en ik reken mijzelf daar ook toe, zijn er van overtuigd dat naarmate meer Kamerfracties (van welke kleur, omvang en samenstelling dan ook) invloed kunnen uitoefenen op de richting van het beleid hoe groter de kans is dat het uiteindelijke beleid juist in het belang van de meerderheid is. En (grappig genoeg misschien) juist een minderheidskabinet is in staat om dat te realiseren. In theorie in ieder geval. De praktijk is - zoals vaak - weerbarstiger.
Een minderheidskabinet betekent dat de Kamer veel meer invloed kan uitoefenen. Zo is het in oorsprong natuurlijk ook bedacht allemaal. De oppositie moet niet uitsluitend partijpolitieke spelletjes spelen en proberen de hele tijd een stok in de spaken te steken, maar weloverwogen kijken welke voorstellen op instemming mogen rekenen, eventueel met doelgerichte aanpassingen in de gewenste richting.
Dat is allemaal niet zo makkelijk als het lijkt. Als Jesse Klaver, Joost Eerdmans of anderen te makkelijk instemmen dan krijgen ze snel uit eigen achterban en concurrerende partijen het verwijt het kabinet te faciliteren of zich als gedoogpartner te gedragen. Vies woord natuurlijk. Liggen ze teveel dwars dan gaat het kabinet op zoek naar politieke steun bij andere partijen en realiseer je zelf niks. Misschien geen duivelsdilemma, maar wel iedere keer een lastige afweging.
Zijn de dames en heren politici in deze Tweede Kamer in staat in te zien dat het succes van dit kabinet een gezamenlijk belang voor het hele land is? Kent dit kabinet de goede samenstelling van kundige bestuurders en verstaan zij de kunst van het politiek handelen? Koers houden waar het kan, maar meebewegen als het nodig is.
De tijd gaat het ons leren, beste luisteraars. Ik ga het met genoegen bekijken de komende tijd. Ik vermoed dat de weg naar voren zo maar eens zou kunnen zijn dat er wisselende meerderheden per onderdeel van de begroting worden gesmeed. Zonder elkaar dan iedere keer voor alles en niks uit te maken. Laten we het hopen.
En mag ik misschien ook hopen op een snel einde van die irritante studentkoze podcast experimentjes van Brekelmans en Karremans, die tenenkrommende bromance tussen Vincent en Ruben? Jongens: grow up!
Luisteraars ik rond af. Ik koester de gedachte dat we met elkaar het juiste weten te doen voor de grootste groep mensen in dit land. Staatkundige vernieuwing in Nederland is nog nooit tot stand gekomen omdat we het samen een goed idee vonden. Doorgaans komt het tot stand omdat al het andere niet lijkt te werken. Zeg maar: 1, 2, 3, in godsnaam dan maar. We gaan het zien.
Intussen blijf ik kiezen voor optimisme, want ik hou nu eenmaal niet van het alternatief.
Ik wens u een fijn weekeinde en een mooie week toe.
