Wie zijn proefwerk voor de helft maakt, krijgt geen voldoende
De column van Reinier Cornet
14 maart 2026 Reinier Cornet
Stel je voor dat je tijdens je eindexamen wiskunde alle makkelijke opdrachten maakt en alles wat moeilijk is overslaat. Kleine kans dat je met zo’n strategie je diploma haalt. Of neem het voorbeeld van een bruggenbouwer: hij bouwt een prachtige brug vanaf de oever, met stevige palen en een mooi brugdek. Het ziet er indrukwekkend uit. Maar in het midden van de rivier wordt het lastig: de stroming is sterker en de fundering moet dieper. Dus dat stuk stelt hij steeds weer even uit. En uiteindelijk staat er een halve brug. Van een afstandje ziet het er goed uit, maar je komt er niet mee aan de overkant. En om het alsnog goed af te maken moet de bruggenbouwer een groot deel van zijn werk opnieuw doen.
Op korte termijn lijkt het aantrekkelijk om de echt moeilijke keuzes uit de weg te gaan, maar op de lange termijn bijt dat je altijd in de staart. Precies dat lijkt nu te gebeuren in politiek Den Haag. Het gedoe begon met de voorgenomen verhoging van de AOW-leeftijd, waarmee het minderheidskabinet van D66, VVD en CDA de hele polder tegen zich in het harnas joeg door de voorwaarden van het in 2019 gesloten Pensioenakkoord te doorbreken. Een probleem voor de kersverse premier en zijn ministers, maar omdat het om een maatregel gaat die pas na 2030 effect zal hebben, nog geen showstopper.
Veel ingewikkelder werd het bij de behandeling van de begrotingen van Volksgezondheid en Sociale Zaken deze week. Daar verzette een meerderheid van de Kamer zich fel tegen geplande bezuinigingen op de gehandicaptenzorg en uitkeringen voor arbeidsongeschiktheid. Daarbij speelt ongetwijfeld ook mee dat de oppositie, met de gemeenteraadsverkiezingen in aantocht, nu een uitgelezen kans ziet om zich politiek te profileren.
Ondertussen waarschuwen adviescommissies en rapporten al jaren voor de oplopende kosten van de verzorgingsstaat en adviseren zij om die groei af te remmen. Maar zodra zulke adviezen worden vertaald in concrete maatregelen die mensen echt raken, blijkt dat politiek ineens een stuk lastiger. Begrijpelijk misschien, maar het maakt het onderliggende probleem niet kleiner.
Het kabinet zal voor de overheidsfinanciën dus opnieuw naar de tekentafel moeten. En dat is bepaald geen eenvoudige opgave in een tijden van oorlog in het Midden-Oosten, waardoor de prijzen voor benzine en energie fors stijgen en veel mensen dat direct voelen in hun portemonnee. Tegelijk groeit de roep om extra steun voor huishoudens met een krappe beurs. Maar daarmee dringt zich onvermijdelijk de vraag op: waar moet dat van betaald worden? Makkelijke keuzes zijn er niet.
Het zoeken naar wisselende meerderheden voor de voorstellen uit het coalitieakkoord lijkt daarbij een weinig kansrijke strategie. Grote hervormingen komen in Nederland zelden tot stand via losse Kamermeerderheden, maar vrijwel altijd via politieke deals – in een coalitieakkoord of via gedoogconstructies. De vraag is of het kabinet niet alsnog een breder politiek akkoord moet sluiten met een of meer constructieve oppositiepartijen.
Maar daarmee komt precies de vraag op tafel te liggen die D66, VVD en CDA zo graag hadden willen vermijden: gaan ze over links of gaan ze over rechts? Links wil de VVD niet. Rechts wil D66 niet. En wie niet naar links óf rechts durft, staat stil.
Het kabinet‑Jetten lijkt daarmee op een brug die er op het eerste gezicht indrukwekkend uitziet en al een heel eind in de steigers staat, maar in het midden nog een gapend gat heeft. Zolang dat gat niet wordt gedicht, kan er niemand van A naar B. Zorgwekkender is misschien nog wel dat ik vooralsnog weinig aanwijzingen zie dat de regeringspartijen een duidelijke strategie hebben om dit probleem op te lossen. Als dat zo blijft, zal het kabinet in permanente onzekerheid blijven voortmodderen, en vermoed ik dat het geen lang leven beschoren is.
Dat het uitstellen van keuzes uiteindelijk altijd tot problemen leidt, geldt overigens niet alleen landelijk. Het speelt net zo goed in de lokale politiek. Aanstaande woensdag zijn de gemeenteraadsverkiezingen. Ook in Krimpen staan we voor dezelfde uitdaging: we willen alles behouden wat we hebben – en het liefst nog meer – maar het geld raakt langzamerhand op. Een nieuw zwembad, nieuwe schoolgebouwen, een bruisend centrum. Tegelijk willen we ook meer boa’s en meer groen. Ook daar zullen keuzes moeten worden gemaakt. Hoe hard die keuzes uiteindelijk worden, hangt in belangrijke mate af van hoeveel geld het Rijk aan gemeenten gaat geven. En dat is nu juist het frustrerende: als gemeenteraad heb je dat niet zelf in de hand.
Het maken van keuzes is overigens lang niet altijd eenvoudig. Ik was altijd verbaasd over het aantal mensen dat pas in het stemhokje besloot op welke partij zij gingen stemmen. Zelf wist ik dat meestal al ruim van tevoren. Maar nu de ChristenUnie dit jaar niet meedoet aan de verkiezingen, ben ook ik tot het gilde van zwevende kiezers toegetreden. Ik heb eerlijk gezegd nog geen idee op wie ik ga stemmen. In dat opzicht voel ik me ineens een stuk meer verbonden met al die mensen die het ook nog niet weten. Eén ding weet ik wel: ik ga zeker stemmen. En ik hoop dat zo veel mogelijk mensen dat ook doen.
Dit is mijn laatste column voor de LOK. De afgelopen twee jaar heb ik er veel plezier aan beleefd om politieke analyses en observaties met u te delen. Een politieke junkie zal ik waarschijnlijk altijd blijven, maar ik ga de politiek voortaan wat meer op afstand volgen en mijn tijd ook aan andere mooie dingen besteden. Ook dat zijn uiteindelijk keuzes die je moet maken. Vanaf deze plek heel veel dank aan de redactie van dit programma: vrijwilligers die hun tijd en energie inzetten om wat moois voor Krimpen te doen. Waarvoor hulde!
