Een rondje door de polder
De column van Reinier Cornet
10 mei 2025 Reinier Cornet
Ik ben geboren in het IJsselland Ziekenhuis in Capelle aan den IJssel, woon al mijn hele leven in Krimpen, ging naar school in Rotterdam en ga voor mijn werk vaak via Rotterdam naar Den Haag. Net als zoveel Krimpenaren is mijn blik eigenlijk altijd op het westen gericht geweest – naar de stad. Winkelen doe je in Rotterdam, een terrasje pakken of naar de bioscoop gaan ook. En afgezien van een korte, niet erg glansrijke voetbalcarrière bij Spirit in Ouderkerk – die eindigde omdat twee keer per week trainen toch wel érg veel bleek – had ik nooit zo veel met de oostkant van onze polder, de Krimpenerwaard.
En dat is eigenlijk best jammer. Want de Krimpenerwaard is een prachtig gebied, vol natuur, ruimte en rust. Elke vrijdag reis ik tegenwoordig voor mijn werk naar Utrecht. Ik zou via Rotterdam kunnen gaan, met de metro en de trein, de gebruikelijke route. Maar er is ook een andere optie: bus 295, die praktisch voor mijn deur stopt. Die bus maakt een omweggetje door de polder, via Krimpen aan de Lek, Lekkerkerk, Bergambacht en Schoonhoven, en brengt me uiteindelijk – iets later, maar veel relaxter – op precies dezelfde plek in Utrecht. Mits hij rijdt natuurlijk, want streekvervoer en stiptheid, dat blijft een ingewikkelde combinatie.
Maar wat je ervoor terugkrijgt is bijzonder. Terwijl de bus over de N210 tuft, trekt het landschap van de Krimpenerwaard aan je voorbij als een ansichtkaart in beweging. In de winter zie je de zonsopgang die een lichtroze gloed over het slagenlandschap legt. En nu, in de lente, is het een feest van leven: hazen die door de weilanden schieten, zilverreigers die statig waden, ooievaars op zoek naar kikkers, koeien die loom herkauwen, en schapen met lammetjes die dartelen in het gras. Een levend schilderij.
Het is dan ook niet vreemd dat er zuinig wordt omgegaan met dit landschap. Woningbouw in de open polder ligt gevoelig – en terecht. Iedereen is voor meer woningen, zolang ze maar niet in het eigen uitzicht gebouwd worden. Een begrijpelijk dilemma. We willen ruimte, maar ook behoud van karakter.
Vroeger kwam ik nog wel eens aan de andere kant van de polder – vooral met voetbal. Als je bij Spirit speelt, kom je vanzelf overal. Dilettant in Krimpen aan de Lek, SV Ammerstol, Cabauw, VV Haastrecht, VV Lekkerkerk, een verloren kampioenswedstrijd tegen Perkouw – ik heb ze allemaal gehad. Kwart over acht ’s ochtends in de vrieskou, een te hard veld, bevroren tenen, en daarna douchen onder een straaltje koud water – het hoort er allemaal bij. Vooral uitwedstrijden tegen Cabauw eindigden standaard in discussie met de scheidsrechter. Aan wie dat lag? Ach, laten we dat in het midden laten.
Toch is die verbondenheid met de Krimpenerwaard een beetje verwaterd. De gemeentelijke herindeling, waarbij alle losse dorpen in de Krimpenerwaard behalve Krimpen aan den IJssel in één gemeente zijn geperst, heeft daar ook niet echt aan bijgedragen. In de praktijk is het lastig om zoveel verschillende kernen op één lijn te krijgen, laat staan om ook nog actief de samenwerking met buurgemeenten op te zoeken. En dat terwijl we juist veel gezamenlijke uitdagingen hebben.
Neem de afsluiting van de Algerabrug die eraan komt – dat raakt ons allemaal. Niet alleen Krimpen, maar ook Krimpen aan de Lek, Lekkerkerk en verder. Ooit is er onder leiding van stedenbouwkundige Riek Bakker gewerkt aan een gezamenlijke visie voor de Krimpenerwaard. Een veelbelovend initiatief, dat helaas geruisloos in een bureaulade is verdwenen. Zonde.
Gelukkig zijn er ook lichtpuntjes. Eén daarvan is het initiatief van de gezamenlijke Polderdichter. De vorige Polderdichter, Jorrit Hoste, liet ons een heus Algerabruglied na, op
de melodie van Country Roads. Tijdens Koningsdag werd het zelfs op het Raadhuisplein gezongen. Als dat geen culturele erfenis is, dan weet ik het ook niet meer. En het mooie is: deze Polderdichter kwam uit Krimpen. Net als de nieuwe Polderdichter trouwens.
Volgende week zaterdag is het weer tijd voor Proef de Krimpenerwaard bij het Streekmuseum. Een streekmarkt waar je kunt proeven – letterlijk en figuurlijk – van wat deze regio te bieden heeft. Speciale bieren uit Schoonhoven en de Stormpolder, boerenkazen in alle soorten, lokaal geschoten wild voor de liefhebber, en nog veel meer. Als het weer een beetje meezit, ga ik zeker een rondje maken.
Misschien is dat het ook wel: een rondje door de polder. Een manier om te herontdekken wat dichtbij is, maar waar we soms overheen kijken. Geen wereldstad, geen skyline. Maar wel weidse luchten, dijken, slootjes, vogels, molens, en mensen die elkaar nog groeten op straat. De Krimpenerwaard is niet perfect, maar wel bijzonder. En dat verdient aandacht – en waardering.
