Prinsjesdag
De column van Karin Timm
19 september 2026 Karin Timm
Prinsjesdag
Tja beste luisteraars, het is weer tijd om een column uit mijn hoed te toveren, zo enkele dagen na Prinsjesdag. Dat vraagt wel om iets over die dag als onderwerp. Als eerste maar de naam Prinsjesdag: je zou denken dat er prinsjes jarig waren of dat wellicht ooit deze dag met prinsjes werd gevierd. Maar het is niet echt een feest, alhoewel het wel een feestelijke gebeurtenis is.
De oorsprong heeft wel met een prins te maken, namelijk de verjaardag van stadhouder Prins Willem V op 8 maart (1748-1806). Het was een groot volksfeest want in de patriottentijd was het een manier om Oranjegezindheid te tonen. Na het overlijden van de stadhouder bleef de term 'Prinsjesdag' bestaan voor feestelijke dagen rondom leden van het Koninklijk Huis. Vanaf 1848 verplaatste de dag naar september en in de jaren ‘30 werd het gebruikelijk de jaarlijkse openingsdag van de Staten-Generaal Prinsjesdag te noemen.
De inhoud van de troonrede en de miljoenennota, laat ik graag voor andere columnisten. Ik neem mijn hoed af voor hen die alles hebben bedacht en berekend. Maar, over hoeden gesproken, kom ik bij wat ik het allerleukste van Prinsjesdag vind: de outfits en natuurlijk de hoofdeksels. Tijd om in de geschiedenis van de hoed te duiken.
De hoed is al duizenden jaren oud en begon zijn bestaan als handig middel om je te beschermen tegen zon, regen en kou. Aprilletje zoet, geeft nog wel eens een witte hoed.
In de Middeleeuwen en renaissance werd de hoed een mode-item en een manier om te laten zien bij welke sociale klasse je hoorde. Rijke mensen droegen opvallende, versierde hoeden. In de 18e en 19e eeuw werden de hoge hoed en de strohoed populair. De hoge hoed stond voor rijkdom en status bij heren, terwijl dameshoeden steeds groter en kleurrijker werden. In de 20e eeuw droeg tot de Tweede Wereldoorlog bijna iedereen een hoed op straat. Daarna verdween de dagelijkse hoed langzaam uit het straatbeeld, doordat auto's belangrijker werden en kleding informeler.
Maar waarom dan hoedjes op Prinsjesdag?
Laten we beginnen bij het kledingvoorschrift voor kamerleden en ministers op Prinsjesdag wat voor het laatst geactualiseerd werd voor ambassadeurs in 1948. Kamerleden droegen het groot kostuum, dat door de jaspanden wel wat lijkt op de jas van een rokkostuum, met verplicht een steek als hoofddeksel en een degen als ceremonieel wapen. De steek was voorzien van zwarte veren, een gouden lis van zes trenzen met knoop en een oranje insigne.
Na de Tweede Wereldoorlog versoberde koningin Wilhelmina het uiterlijk vertoon en werd het ambtskostuum, hoewel niet officieel afgeschaft, steeds minder gedragen. Het kabinet draagt sindsdien een jacquet.
Na de oorlog traden ook steeds meer vrouwen in functie, maar voor hen was er echter geen kledingsvoorschrift. De eerste genodigde politicus die weer een hoed droeg tijdens Prinsjesdag was het net toegetreden toenmalige lid van de Tweede Kamer, de latere staatssecretaris Erica Terpstra in 1977. Naast Terpstra droeg dat jaar alleen de Koningin en een vrouw van het corps diplomatique een hoed. De reden om een hoed te dragen was uit eerbetoon aan koningin Juliana en tegen de grijze massa. Terpstra: "Als je in Den Haag op Prinsjesdag geen hoed draagt, wanneer dan wél?". Het kreeg sindsdien navolging. In de begintijd was het ongepast een hoed te dragen die groter is dan de hoed van de Koningin.
Deze regel is inmiddels losgelaten. Per slot van rekening: Als de hemel naar beneden komt, hebben we allemaal een blauwe hoed.
Intussen worden de hoeden veelal voor Prinsjesdag ontworpen en heeft bijna elke hoed op Prinsjesdag een boodschap: de kleur van een politieke partij, het materiaal, of teksten. Enkele voorbeelden door de jaren heen: een hoed gemaakt van autobanden, om zo aandacht te vragen voor anti-asfaltbeleid; een hoed van opgevist plastic, een hoed en kostuum gemaakt van defensiekleding. Het is mooi om de creativiteit van kunstenaars en politici verenigd te zien. Ik heb er een hoge hoed van op.
Een ander event met hoeden zijn de paardenraces op Royal Ascot, waar hoeden zelfs verplicht zijn, vanwege een eeuwenoude Britse traditie en een zeer strenge, formele dresscode. Het evenement is van oorsprong een koninklijke aangelegenheid, opgericht in 1711 door koningin Anne. Destijds (en tot diep in de 20e eeuw) was het in de Britse high society simpelweg ondenkbaar dat een dame of heer van stand zich zonder hoofddeksel in het openbaar — en al helemaal in het bijzijn van de koning of koningin — vertoonde. Net als op prinsjesdag zijn op Ascot de vreemdste en meest aparte creaties te zien.
En dan nu, een paar dagen na Prinsjesdag, de beschouwingen zijn volop aan de gang. Hoed af voor het verleden, jas uit voor de toekomst, betekent: nu aanpakken. Ik hoop van ganser harte dat men eruit gaat komen, dat er niet teveel onder een hoedje wordt gespeeld, maar constructief wordt samengewerkt en met elkaar wordt gesproken voor een toekomstbestendig Nederland.
