Onmacht

De column van Saskia Oudshoorn

16 mei 2026 Saskia Oudshoorn

De ongelijkheid in de wereld loopt steeds verder op. Er is een kleine groep puissant rijke mensen die zo ontzettend veel geld hebben dat ik deze column alleen al zou kunnen vullen met het aantal nullen van het bedrag op hun bankrekening. Kijk als voorbeeld naar de winstexplosie van een bedrijf als Shell, 6 miljard euro in een kwartaal terwijl overal in de wereld mensen die afhankelijk zijn van benzine of diesel worstelen om hun hoofd boven water te houden. En toch kan deze groep niet stoppen met zichzelf verder te verrijken. Dan hebben we het nog niet eens over macht. De machthebbers van een aantal grootmachten lijken nooit tevreden met wat ze hebben. Ik durf te stellen dat het welzijn van de bewoners van hun land vrijwel nooit bovenaan hun prioriteitenlijstje staat. Het is het geld, het goud, de olie, het territorium dat telt.

De rijken verrijken zich door vriendjespolitiek, voorkennis en door elkaar aan de macht te helpen en te houden. De pijnlijke voorbeelden zijn talloos. En het lijkt alsof daar helemaal niets aan te doen is. Hoeveel meer macht en geld willen die mannen hebben - want dat zijn het in de meeste gevallen?

Er wordt in deze wereld zo ontzettend veel verwoest met op afstand bestuurbare bommen, zoveel mensenlevens van onschuldige mensen genomen, de toekomst van complete generaties uitgewist en de omvang van deze ellende is niet te bevatten. De leiders zitten in hun beveiligde complexen en na een bevel aan de legerleiding schuiven ze weer bij het door de privé kok gemaakte en voorgeproefde avondeten, maken een bizar vreemd zelf verheerlijkend postje voor social media en daarna glijden ze in hun zijden pyjama’s in hun schone bed. Ik kan persoonlijk niet begrijpen hoe dit verrotte systeem in stand kan blijven.

Het is allemaal heel simplistisch gesteld en natuurlijk vreselijk naïef, maar als we teruggaan naar de basis dan is het ook misschien wel heel simpel: waarom kunnen we niet leven en laten leven? Waarom staan de grote leiders van de landen niet op en tonen ze zich échte wereldleiders: Hoe maken we deze planeet waar we allemaal maar een fractie van de eeuwigheid op leven niet een betere plek? Laten we haar beter achter dan we haar gevonden hebben? Hoe geweldig dat zou dat zijn?

Helaas is er zo weinig wat we als individuen kunnen doen. Je kunt geld doneren, proteststemmen laten horen, online petities tekenen, op sociale media je ongenoegen laten blijken, maar wat helpt dat allemaal? Je wordt er moedeloos van en je voelt je machteloos. Ik in ieder geval wel. Toch wil ik me ook niet afschermen van al het nieuws dat iedere dag, 24/7 als een tsunami van ellende over ons heen gestort wordt. Als je alle ellende aantrekt heb je geen leven meer. Maar onverschillig wil ik ook niet worden. Eindeloze bewondering heb ik voor de mensen die onvermoeibaar en met gevaar voor leven in oorlogsgebied op kleine schaal hulp bieden door friet te gaan brengen, medische hulp te gaan verlenen, kleding en spullen in te zamelen en te brengen, met de wederopbouw van alle verwoestingen te helpen, voor de ontheemde kinderen en zwerfdieren te zorgen. Totdat de volgende bom valt of een leider met een narcistische persoonlijkheidsstoornis het weer op zijn heupen krijgt.

Kunnen we misschien elke dag in het journaal ook een kwartiertje inruimen voor al dat goede wat er in de wereld gebeurt? Dat we niet helemaal de hoop verliezen in de goedheid van de mensen en in de toekomst van onze kinderen? Ik vertel mijn kinderen altijd dat je het geluk in de familie en vrienden om je heen moet vinden, in de kleine dingen die je voor een deel zelf in de hand hebt. Kunnen wij hier in Krimpen ook iedere dag wat goeds doen? Het hoeft helemaal niet spectaculair te zijn: een vriendelijk woord, een compliment, een pannetje soep voor de buurvrouw die ziek is, even

op de kinderen van een ander passen, een kamer in je huis beschikbaar stellen voor iemand die een dak boven zijn hoofd nodig heeft. Een klein gebaar kan zoveel betekenen. Empathie is onderschat.

En natuurlijk zou het allermooiste zijn als mijn oproep ook bij de vrouw of vriendin van zo’n wereldleider terecht komt. Dat ze zelf stopt met zich druk te maken over peperdure kleding die ze maar een keer draagt, de grootte van de diamanten om haar nek of huizen waar ze in verdwalen als ze er een keer zijn. Dan stel ik me voor dat ze samen in bed liggen en de dag doorspreken en dat zo’n vrouw dan zegt: ‘Schat, zullen we dat even niet doen, het leger die kant op sturen? Zullen we morgen samen het kinderziekenhuis bezoeken zodat we ons weer realiseren hoeveel geluk we gehad hebben dat ons kind gezond is? Of gaan we nu eindelijk naar die daklozenopvang en kijken hoe we daar kunnen helpen met het geld dat we uitgetrokken hadden voor een nieuwe gouden balzaal? Want als die klaar is, kun jij waarschijnlijk toch niet meer dansen. Dat kon je eigenlijk daarvoor eigenlijk ook al niet.’ En dan knijpt ze hem even in zijn hand en vallen ze met een glimlach om hun lippen in slaap.

Morgen is er weer een nieuwe dag met nieuwe kansen om het juiste te doen.

Groot of gewoon heel klein, want ook het kleine kan een groot verschil in het leven van een mens maken.

Maria Maria van Carlos Santana