Deze website maakt gebruik van cookies. Voor meer informatie: lees ons cookie-beleid of verberg deze melding. ×

Warm en koud

De column van Karin Timm

10 januari 2026 Karin Timm

Omdat ik de eerste column van 2026 mag uitspreken, neem ik graag nog heel even de vrijheid om terug te kijken naar het einde van 2025. Niet uit nostalgie, maar omdat sommige momenten je eraan herinneren wie we zijn – en wie we voor elkaar kunnen zijn.

Vlak voor kerst mochten we in de sporthal De Boog iets bijzonders meemaken. Samen met een grote groep vrijwilligers van onder andere Synerkri, de Lionsclubs Krimpen aan den IJssel en Domaine des Dames, en natuurlijk initiatiefnemer Jumbo De Olm, organiseerden we een kerstfeest dat nog lang zal nadreunen. Vierhonderd gasten, ieder met hun eigen verhaal, werden verwelkomd. Er was muziek, zang, ontmoeting en verwondering. En ja – zelfs Karin Bloemen stond daar, tussen ons allemaal, alsof het de normaalste zaak van de wereld was.

Maar misschien zat de echte magie niet eens op het podium. Die zat in de gesprekken aan tafel, in de ogen die elkaar weer zagen, in het gevoel: we doen dit samen. Met een warm hart – en het diepe besef dat we er hier in Krimpen gewoon voor elkaar zijn – gingen we de kerstvakantie in.

En toen… de overgang.

Op de drempel van het nieuwe jaar verruilden we het warme Spanje – vijftien graden, zon op je gezicht – voor een vochtige, grijze Nederlandse werkelijkheid. Een wereld die binnen een paar dagen veranderde in koud en wit. Je kunt dat zien als een tegenstelling. Of als een cadeau. Na een zonvakantie ineens een vleugje wintersport, gewoon thuis. En eerlijk is eerlijk: dat heeft ook iets wonderschoons.

Sneeuw dempt. Geluid, haast, prikkels. Alles komt zachter binnen. Ik moest denken aan de beginperiode van corona, hoe vreemd dat misschien ook klinkt. Minder verkeer, minder lawaai, meer mensen die naar buiten gingen en elkaar weer zagen. Dit keer niet uit noodzaak, maar uit verwondering. Kinderen die sleeënd naar school gingen. Volwassenen die eindelijk weer eens wandelden zonder doel. En overal mensen met telefoons in de hand – niet om te scrollen, maar om foto’s te maken.

Ik zag beelden uit Utrecht-Overvecht: achter bomen een hele rij Nijntjes van sneeuw. In Krimpen werd geveegd, geholpen, gelachen. Koud? Ja, aan de handen misschien. Maar het hart was warm.

Dat deed me denken aan een zin die ik vroeger vaak gebruikte, toen ik nog werkte in de patiënten- en cliëntenzorg: koude handen, maar een warm hart. Het is een simpele zin, maar hij draagt veel. Want dat warme hart… dat voelt soms ook wat bevreesd in deze tijd.

Ik hoor mijn moeder het nog zeggen: “We leven in een verworde wereld, Karin.” Een woord dat je niet vaak meer hoort: verworden. Het betekent langzaam veranderen in iets wat minder wordt. Ontaarden. Achteruitgaan. Zijn oorspronkelijke kwaliteit verliezen. En als ik eerlijk ben, begreep ik haar toen niet altijd. De wereld was gewoon mijn wereld. Met alle gekte die erbij hoorde.

Misschien is dat leeftijd. Misschien ook ervaring.

Want ja, als je het nieuws volgt, als je ziet hoe polarisatie toeneemt, hoe mensen tegenover elkaar komen te staan, hoe vertrouwen onder druk staat – dan snap je die zorg wel. Maar tegelijk weten we ook: klagen alleen verandert niets. Wat wél iets verandert, is wat we zelf doen. Elke dag opnieuw.

We zijn namelijk niet alleen. Niet op deze wereld. Niet in Nederland. En zeker niet hier, in Krimpen aan den IJssel. We hebben mensen om ons heen: vrienden, buren, collega’s, vrijwilligers. En we hebben een stelsel – soms samengevat als “Den Haag”, maar in werkelijkheid ook gewoon hier in onze gemeente – dat opvangt als we vallen. Dat is niet perfect, nooit geweest ook. Maar het is er. En wereldwijd gezien is dat bepaald geen vanzelfsprekendheid.

Daar mogen we zuinig op zijn. En dankbaar voor blijven.

Misschien betekent dat ook dat we wat minder mopperen op wat niet goed gaat, en wat vaker vragen: wat kan ik voor je betekenen? Dat we de hand reiken, ook als we het zelf even koud hebben. Want uiteindelijk zijn we warmbloedige wezens. We zijn hier niet alleen om onszelf warm te houden, maar om warmte door te geven.

En ja, soms zijn onze handen koud. Dat hoort erbij. Maar zolang het hart warm blijft, komen we een heel eind.

Laten we dat meenemen dit nieuwe jaar in.
Warm en koud.
Maar vooral: samen.