Deze website maakt gebruik van cookies. Voor meer informatie: lees ons cookie-beleid of verberg deze melding. ×

De nieuwe weg

De column van Gert Visser

21 december 2025 Gert Visser

De nieuwe weg? Oudere Krimpenaren weten meteen welke weg hier wordt bedoeld. De nieuwe weg van toen is nu de N210. De provinciale weg die Krimpen door de Krimpenerwaard verbindt met Schoonhoven. Een weg die in beide richtingen steeds drukker wordt, vooral richting de Algerabrug.

De N210 kent een lange geschiedenis. Al in de jaren twintig van de vorige eeuw gingen er stemmen op voor een provinciale weg door de Krimpenerwaard. De verbindingen met steden als Gouda en Rotterdam gingen toen nog vooral over het water. Bijvoorbeeld met het pontveer van Krimpen naar Capelle. Bij Gouda was er een tolbrug.

De dijken langs de Hollandsche IJssel waren slecht berijdbaar, de binnenwegen rond de gemeenten in de Krimpenerwaard ook te smal. En het verkeer, vooral het vrachtverkeer, nam toe. De wachttijden bij het pontveer van Van der Ruit in Krimpen liepen zó hoog op dat het economisch begon te knellen. Wachttijden van een half uur of een uur waren geen uitzondering. Handel en industrie stokte. De roep om een oeververbinding richting Rotterdam en een centrale provinciale weg door de Krimpenerwaard klonk steeds luider.

In de jaren dertig sloegen de burgemeesters van de Krimpenerwaard de handen ineen. Zij trokken samen op naar Den Haag. Ze wilden betere wegen in de Krimpenerwaard. En vooral: een vaste oeververbinding met Rotterdam. Ondernemers sloten zich aan. Er kwam een heuse Commissie Weg en Brug. Burgemeester Aalbers van Krimpen werd een bekende pleitbezorger in Den Haag. 

In 1934 organiseerden de burgemeesters Roos van Lekkerkerk en Aalbers van Krimpen aan den IJssel een openbare vergadering in Amicitia in Lekkerkerk. Iedereen was welkom. Het motto stond groot in de krant: “Verkeer schept welvaart, eendracht maakt macht.”

Maar de tijd werkte niet mee. De oorlog zette alles stil. Na 1945 lag de focus op wederopbouw en woningnood. De spullen die klaar lagen voor een oeververbinding werden gebruikt voor herstel en opbouw door de verwoestingen door de oorlog.

Na de Watersnoodramp van 1953 kwam alles met het Deltaplan in een stroomversnelling. In 1958 werd met de Stormvloedkering ook de Algerabrug in gebruik gesteld en kwam ook de provinciale weg door de Krimpenerwaard gereed. 

In 1965 was ook de aansluiting in Capelle richting Rotterdam gereed en hoefde men niet meer over de Schaardijk via Kralingse Veer naar de stad. We konden weer vooruit. Maar niet voor heel lang.

Met de groei van het autobezit raakten de wegen opnieuw vol. Vanaf de jaren zeventig werd vooral de Algerabrug een knelpunt. Plannen voor een tweede oeververbinding haalden het niet. En ondanks vele rotondes, slimme aanpassingen en verbredingen staan we vandaag, ook op de N210 vaak weer stil. Zeker als de brug binnenkort voor onderhoud weken dicht moet.

Stel dat die burgemeesters uit de jaren dertig nog eens meekijken. Toen ging het over veerponten, tolbruggen en modderwegen. De woorden zijn veranderd, maar de uitdagingen nog groter. Maar het probleem is hetzelfde gebleven. De nieuwe weg is eigenlijk nooit af …