Suiker
De column van Gert Visser
29 november 2025 Gert Visser
Deze week valt bij veel mensen een boekje op de mat: ‘Bereid je voor op een noodsituatie’. Onder het motto Denk Vooruit legt de overheid uit hoe je je in drie stappen voorbereidt op stroomstoringen, digitale aanvallen, overstromingen, noem maar op. De campagne helpt mensen zich voor te bereiden in 3 stappen: maak een noodpakket, maak een noodplan, praat met elkaar en help elkaar.
Iedere keer als de campagne langskomt via de media moet ik denken aan mijn inmiddels overleden ome Wim. Ome Wim was niet getrouwd en woonde alleen.
Jaren geleden ruimden we na zijn overlijden zijn huisje leeg. Een klein, eenvoudig huisje, waar nooit iets nieuws leek te komen en niets zomaar werd weggegooid. Achterin een kastje - ik zie het nog precies voor me - stonden keurig opgestapeld: pakken suiker. Rijen dik. Een voorraad die je normaal alleen in een supermarkt ziet.
We keken elkaar aan: Wat moest ome Wim daar in hemelsnaam mee?
Maar die suiker was niet om te gebruiken. Die was om te hebben, om achter de hand te houden, om misschien wel te ruilen als er dingen mis gaan. En ome Wim had, meer dan wij, gezien hoe snel dingen mis kunnen gaan.
Hoewel hij er niet zoveel over sprak maakte hij het wel mee. De crisisjaren, oorlog, de watersnood. Toen de dijken in de Stormpolder het begaven moest hij met zijn ouders en broers en zussen hun huis uit vluchten. Volgens de familieverhalen zelfs via een klein bovenraampje. Het is nooit uit zijn hoofd weggeweest.
Aan tafel had hij het liever over voetbal. Over Feyenoord en Ajax, over de voetbalpool, over DCV. Hij ging altijd mee met de supportersbus. Dat waren zijn uitstapjes. Zijn wereld was klein, maar hij was tevreden. Hij had hard gewerkt en was blij met wat hij had. Ome Wim had niet zoveel wensen. Maar toch stond dat kastje vol met pakken suiker.
Toen wij daar voor dat kastje stonden, begrepen we hem ineens beter dan in alle jaren ervoor. Die suiker vertelde wat hij zelf nooit hardop zei: als je ooit tekorten hebt gekend, echte tekorten, dan houd je altijd iets achter. Dan blijf je altijd voorbereid.
We hebben de pakken suiker nog verdeeld, geloof ik. En nu, zoveel jaren later, terwijl wij ineens worden aangespoord om onze eigen noodpakketten aan te leggen, denk ik opnieuw aan ome Wim.
De oproep om een noodpakket te maken wordt door sommigen weggewuifd als paniekzaaierij, als onzin, als iets van vroeger. Maar ik kan je vertellen: wij slaan het advies niet in de wind. De beste raad is voorraad, hoorde ik pas voorbij komen.
Ik begrijp ome Wim nu ook beter dan hij het ooit had kunnen uitleggen. Zijn kastje vol suiker was geen angst. Het was wijsheid. En misschien is het tijd dat wij daar ook iets van achterhouden. Niet uit paniek, maar gewoon uit realiteitszin.
Met dank aan ome Wim …
