Scherven brengen geen geluk
De column van Reinier Cornet
15 november 2025 Reinier Cornet
Zo veel herrie en lawaai als er in verkiezingstijd is, zo stil is het tijdens de formatie van een nieuw kabinet. Het is eigenlijk een ongelooflijk saaie periode waarin vooral radiostilte geldt. Logisch: de campagne is voorbij, en nu begint het echte werk. Onderhandelen doe je niet in het openbaar.
Wouter Koolmees, de huidige NS-topman kreeg van de Tweede Kamer de opdracht om een verkenning te doen naar mogelijkheden voor een meerderheidskabinet. In de goede oude tijd speelde de koning hierin een belangrijke rol: hij sprak met fractievoorzitters en benoemde een informateur. Sinds 2012 doet de Kamer dit zelf, met het informele gebruik dat de grootste partij het initiatief mag nemen voor de aanstelling van een verkenner. Grappig genoeg is dat een praktijk die al jaren in de lokale politiek bestond.
Formaties zijn er bepaald niet eenvoudiger op geworden. Denk aan de enorme rel rondom de beruchte functie elders van Omtzigt. Als Kajsa Ollongren niet halsoverkop Den Haag had verlaten vanwege een positieve coronatest—en als een oplettende fotograaf geen foto van haar notities had gemaakt—had de politieke geschiedenis er misschien compleet anders uitgezien. Dan was NSC mogelijk nooit opgericht. Het blijft een fascinerende gedachte.
Verkenner Wouter Koolmees sprak inmiddels met alle fractievoorzitters. Vooral de houding van de VVD zorgde voor verbazing en irritatie in media en politiek. Yesilgöz kreeg van Jesse Klaver het verwijt dat ze nog in de campagnemodus zat. Het is natuurlijk even wennen voor de mensen in Den Haag dat politici zich ná de verkiezingen houden aan de dingen die ze voor de verkiezingen hebben gezegd. De VVD stond maandenlang dramatisch in de peilingen. Pas toen de partij het uitsluiten van GroenL inks-PvdA tot het centrale campagnethema maakte, wist Yesilgöz zetelverlies te beperken. Zonder die keuze hadden ze misschien nog geen vijftien zetels gehaald.
Het is dus niet gek dat de VVD stoïcijns vasthoudt aan deze koers, ook al lijkt een brede middencoalitie de enige combinatie met een meerderheid. Als de VVD zich aansluit, wordt ze aan de rechterflank het mikpunt van oppositiepartijen als JA21, PVV, BBB en Forum voor Democratie. Kun je het de VVD kwalijk nemen dat ze ook naar het eigen belang kijkt? Doen andere partijen dat niet? Voor de VVD gaat het simpelweg om politiek lijfsbehoud.
Tegelijkertijd is het logisch dat D66 juist staat te popelen voor deze coalitie. Gooi het beleid van GroenLinks-PvdA en VVD in de blender en je komt ergens in het midden uit — precies waar D66 zich het prettigst voelt. Net als in Rutte IV zouden ze een flinke stempel kunnen drukken én de premier kunnen leveren. Een droomscenario.
Voorlopig heeft de VVD zichzelf even buitenspel gezet. D66 en CDA werken nu in drie weken tijd aan een aanzet voor een regeerakkoord. Daarmee wordt tijd gekocht en kan de bal nog wat vooruit worden geschopt. Maar eerlijk gezegd: in deze verhoudingen zie ik een normaal meerderheidskabinet niet snel gebeuren. De blokkade van de VVD is niet zomaar weg. Je hebt vijf partijen nodig voor een meerderheid — en dan moet de Eerste Kamer ook nog meedoen.
De enige realistische uitweg lijkt een minderheidskabinet van D66, CDA en VVD. Voor migratie kun je zaken doen met de rechterzijde, voor klimaat met GroenLinks-PvdA. In Scandinavië werkt dit al jaren prima. Het vereist wel een constructieve houding van oppositiepartijen, bereidheid tot afspraken per thema, en minder politieke koehandel. Dat laatste blijft nog een uitdaging: de begrotingsonderhandelingen van vorig jaar toonden hoe mis het kan gaan. De onderwijsbegroting moest worden gestut en daardoor werd een bezuiniging op de begroting van VWS ingeboekt waar achteraf iedereen spijt van had. Een minderheidskabinet kan dus, maar het is uitzonderlijk én riskant. En anders lonkt JA21, dat dolgraag wil aanschuiven.
Intussen richten partijen hun blik alvast op de gemeenteraadsverkiezingen van 18 maart 2026. De grote partijen zullen pas ná die datum een kabinet willen presenteren, zodat ze in maart nog niet kunnen worden afgerekend op keuzes die ze ongetwijfeld gaan maken. Het kan dus nog even duren.
Ook lokaal zijn de voorbereidingen begonnen. Partijen werken aan hun kieslijsten en programma’s, zodat de campagne in het voorjaar kan losbarsten. Het is altijd een ingewikkelde periode. Partijen doen beloftes waarvan ze weten dat ze die niet kunnen waarmaken, of claimen zaken die toch al op de planning stonden. Ik herinner me nog goed hoe in Krimpen vier jaar geleden een partij campagne voerde met de belofte dat buslijn 98 terug zou keren — terwijl dat allang was afgesproken.
Ook zie je dat partijen zich proberen te profileren door zich fel tegen elkaar af te zetten. Dat hoort bij campagnetijd; je wilt laten zien waarom kiezers bij jou moeten zijn en niet bij de ander. Maar na 18 maart moet je samen verder in de raad en moet er een college worden gevormd. Als je tot die tijd rollend over straat gaat, maak je het jezelf onnodig lastig. Het heeft weinig zin om elkaar kapot te maken.
Want anders dan het gezegde luidt: scherven brengen in de politiek geen geluk.
