Met goud repareren
De column van Gert Visser
8 november 2025 Gert Visser
Het is altijd een magisch moment bij Tussen Kunst en Kitsch: een expert die voorzichtig een oud voorwerp oppakt: een vergeelde vaas, een schilderij met krassen, een klokje dat al generaties meegaat. Vaak zegt de eigenaar verontschuldigend: ‘Het is niet meer in perfecte staat hoor.’ En dan volgt dat zinnetje waar iedereen op wacht: ‘Maar dat maakt het juist bijzonder.’
Wat eerst oud en beschadigd leek, krijgt plotseling waarde. Niet ondanks de krassen of verkleuring, maar dankzij. Elke kras vertelt een verhaal. Van tijd, gebruik, liefde. En precies dáár ligt de schoonheid: in het verhaal.
Dan denk ik vaak aan mijn grootouders. Aan wat ze achteloos hebben weggegooid: koffiemolens, serviesgoed, een houten tafeltje dat zijn tijd wel had gehad. Misschien zouden die spullen nu een ereplaats krijgen, niet vanwege hun prijs, maar vanwege de herinneringen die eraan kleven.
Onlangs las ik over een eeuwenoude Japanse kunstvorm: Kintsukuroi: het repareren van gebroken aardewerk met goud. De scheuren worden niet verborgen, maar juist benadrukt. De breuk maakt het object unieker, betekenisvoller. Wat kapot was, wordt iets nieuws, iets mooiers.
Die mentaliteit van herstellen zie je tegenwoordig steeds vaker terug. In Repair Cafés bijvoorbeeld, waar mensen met kapotte broodroosters, scheve stoelen of gescheurde jassen binnenlopen. Daar wordt gelijmd, gestikt en gesoldeerd. Omdat iets wat stuk is, met een beetje aandacht, weer tot leven kan komen.
Niet alles wat een barstje heeft, hoeft vervangen te worden. Soms kun je er juist iets mooiers van maken — iets dat het verleden met het heden verbindt.
Zoals stedenbouwkundige Riek Bakker, die in het vervallen kantoor van de Holland-Amerika Lijn het huidige Hotel New York zag. Waar anderen iets ouds zagen, zag zij potentie. ‘Wie sloopt er nu de geschiedenis van Rotterdam?’ vroeg ze zich af. Dankzij haar verbeeldingskracht werd iets ouds opnieuw levend. Oud en nieuw raakten met elkaar vervlochten.
We leven in een tijd waarin vernieuwing de hoogste deugd lijkt. Alles moet fris, strak en foutloos. Maar juist wat oud is, wat geleden heeft, wat doorleefd is, heeft glans. Iets wat met aandacht en liefde is hersteld, kan mooier zijn dan ooit tevoren.
Zo las ik onlangs dat de Rotterdamse architect Nanne de Ru plannen heeft voor een grondige renovatie van het Feijenoordstadion. Daarmee zou De Kuip weer minstens vijftig jaar mee kunnen. Ik kijk ernaar uit.
Net als bij Tussen Kunst en Kitsch gaat het niet alleen om wat iets waard is, maar om het verhaal dat erin besloten ligt — en om de gouden lijntjes die het verleden met de toekomst verbinden.
