Kiezen of kabelen?
De column van Karin Timm
25 oktober 2025 Karin Timm
Het is weer zover: verkiezingstijd. De posters hangen, de debatten draaien overuren, en op straat hoor je de ene na de andere mening. Iedereen lijkt er eentje te hebben — en dat is maar goed ook. Want deze week draait het allemaal om één ding: kiezen.
Maar wat doen we nu eigenlijk, als we naar de stembus gaan? Kiezen… of stemmen?
Het lijkt hetzelfde, hè? Toch is er verschil. Stemmen is letterlijk: je stem uitbrengen, een bolletje rood kleuren. Maar kiezen – dat is wat anders. Kiezen is een daad van wikken en wegen. Het is nadenken, vergelijken, twijfelen misschien en uiteindelijk beslissen.
En dat laatste, dat doen e niet alleen in het stemhokje. Dat doen we elke dag.
Ik kwam laatst een oud gezegde tegen, dat mooi past bij deze tijd: kiezen of kabelen. Misschien heb je het wel eens gehoord. De oorsprong ligt in een regel uit het burgerlijk recht. Bij een boedelscheiding – stel, je moet iets verdelen tussen twee mensen – dan werd er geloot: de één mocht verdelen en de ander mocht kiezen welk deel hij wilde. En dat noemde men: kiezen of kabelen.
De bedoeling was eerlijkheid. Niemand kreeg precies wat hij wilde, maar ook niemand werd echt benadeeld.
Een beetje zoals bij verkiezingen, zou je kunnen zeggen. Want laten we eerlijk zijn: ook daar komt niemand er helemaal gelukkig uit. De ene partij krijgt dit niet voor elkaar, de andere moet daar iets op inleveren en uiteindelijk… komt er een compromis.
Kiezen of kabelen – soms lijkt de politiek daar nog steeds om te draaien.
Maar laten we even een stap terug doen.
Wat is dat eigenlijk, kiezen? En waarom is het zo belangrijk?
Kiezen is de kern van onze democratie. Het idee dat het volk – jij, ik, wij allemaal – samen bepaalt wie er over ons land beslist. Niet één koning, niet één president die alles bepaalt, maar mensen die wij zélf hebben aangewezen om namens ons te spreken. En dat is best bijzonder, als je erover nadenkt. Want niet overal in de wereld is dat zo vanzelfsprekend. Bij ons mag elke Nederlander van achttien jaar of ouder zijn of haar stem uitbrengen. Tenzij de rechter heeft bepaald dat dat niet mag – maar dat zijn uitzonderingen. Voor de rest: iedereen telt mee.
Toch hoor je vaak: “Ach, mijn stem maakt toch geen verschil.” Maar dat is niet waar. Elke stem doet ertoe. Al is het maar omdat jouw stem samen met duizenden anderen het gewicht bepaalt van een partij in de Tweede Kamer. Die Kamerleden – onze vertegenwoordigers – mogen vervolgens stemmen over wetten, regels, over hoe we ons geld verdelen, hoe we omgaan met zorg, onderwijs, klimaat. En dat begint allemaal met jouw ene stem.
Dat is eigenlijk best een krachtig idee. Dat je met één rood potlood – een piepklein moment in dat hokje – invloed hebt op de koers van het hele land.
Nou is kiezen is niet makkelijk. Er zijn partijen genoeg en ze lijken soms verdacht veel op elkaar. De één wil wat meer links, de ander wat meer rechts. Linkse politiek is gericht op gelijkheid en streeft naar een grotere rol van de overheid om welvaart gelijk te verdelen en zwakkere groepen te beschermen. Rechtse politiek streeft naar individuele verantwoordelijkheid en een kleinere rol voor de overheid, met de nadruk op traditie, orde en een vrije markt.
En dan zijn er nog de partijen die zeggen: “wij doen het anders!” Tja, daar sta je dan, op woensdag, met je stempas in de hand, het potloodje tussen je vingers. En dan komt het besef: nu moet ik écht kiezen.
Toch is het belangrijk om te onthouden dat kiezen méér is dan alleen een individueel moment. We kiezen namelijk samen. Dat is het mooie van democratie: dat we allemaal onze stem laten horen, en dat we daarna – of we nu blij zijn of teleurgesteld – samen verder moeten.
De partij waar jij op stemt, komt misschien in de regering, of misschien in de oppositie. Beiden spelen een rol. De regering voert beleid uit, de oppositie controleert en houdt scherp. En zo werkt het systeem dat we met elkaar hebben opgebouwd. Uiteindelijk bepaalt de meerderheid, maar iedere stem is onderdeel van dat grotere geheel.
En dan komen we terug bij dat oude gezegde: kiezen of kabelen. Want in de politiek is het eigenlijk nooit alleen maar kiezen. Er wordt ook flink gekaveld – geduwd en getrokken, gezocht naar compromissen, naar een middenweg.
Soms lijkt het eindeloze onderhandelen en eerlijk is eerlijk: dat kan frustreren. Maar misschien hoort dat er ook bij. Want democratie is geen wedstrijd die één iemand wint. Het is een voortdurend gesprek, een proces van samen besluiten nemen, soms met wat tegenzin, maar altijd met het idee dat we het samen beter willen maken.
Dus als we dan woensdag naar het stembureau gaan, laten we dat dan doen met dat idee in ons achterhoofd. Niet omdat we boos zijn, of omdat “het nu eens anders moet”, maar omdat we geloven dat het beter kán. Omdat we willen meedenken over hoe ons land eruitziet.
Dus: lees nog eens wat partijprogramma’s door, praat met de mensen om je heen, stel vragen, twijfel gerust — en kies dan met overtuiging. Of, zoals het oude gezegde zegt: liever kiezen dan kabelen. Maar als het dan toch kabelen wordt, laat het dan zijn omdat we samen proberen er beter van te worden.
Dus woensdag, stempas in de hand, even dat hokje in. Neem een momentje, haal adem, en denk: dit is mijn keuze.
Kiezen of kabelen?
Ik zeg: kiezen – om het samen beter te maken.
