Deze column wordt u aangeboden door… ChatGPT
De column van Reinier Cornet
14 juni 2025 Reinier Cornet
Stelt u zich het volgende voor: u wordt ’s ochtends wakker en u leest het nieuws op uw telefoon. Alle nieuwsartikelen die u leest zijn door een computer gemaakt, daar is geen mens meer aan te pas gekomen. In uw auto onderweg naar werk zet u de radio aan, waar u een niet van echt te onderscheiden stem hoort van een DJ die helemaal niet bestaat. Mailtjes naar collega’s tikken is verleden tijd. De computer schrijft de mails voor u, en het enige dat u hoeft te doen is het even controleren voordat u op verzenden klikt. ’s Avonds kijkt u thuis op de bank naar een film met digitale acteurs die nooit hebben bestaan. Alles nep. Met de razendsnelle opkomst van kunstmatige intelligentie komt deze wereld niet alleen dichterbij – hij klopt al op de deur.
Toegegeven, voor veel films geldt dat dit al langer zo is. Een gemiddelde superheldenfilm is tegenwoordig voor 90 procent computerwerk. Maar dat is kinderspel vergeleken met wat AI nu mogelijk maakt. Zoek op YouTube maar eens naar “Will Smith eating spaghetti”. Het klinkt onschuldig – misschien zelfs grappig – maar deze video is uitgegroeid tot een lakmoesproef voor de ontwikkeling van deepfake-technologie. En het resultaat is ronduit verontrustend.
Waar je twee jaar geleden nog met afgrijzen naar een groteske digitale karikatuur keek, is het verschil tussen echt en nep nu nauwelijks met het blote oog te zien. Een achteloze kijker zou zweren dat Will Smith daadwerkelijk spaghetti zit te eten. Lachwekkend? Misschien. Maar bedenk dan wat er gebeurt als zulke technologie wordt ingezet met minder onschuldige bedoelingen.
Zoals alle technologie biedt AI grote mogelijkheden. Een boek of artikel samenvatten? Doet AI in een oogwenk voor je. Een planning maken voor je vakantie naar Lissabon? Vraag het ChatGPT. En ja, zelfs bij het schrijven van mijn columns voor de LOK is AI inmiddels een stille meelezer. Het is echt niet zo dat ik ze volledig door een robot laat schrijven, maar ik laat wel even checken of de zinnen goed lopen. AI helpt ons sneller, slimmer en efficiënter te werken. Wellicht kunnen we een hoop bureaucratie in ons werk, in het onderwijs en de zorg met AI wegnemen. Maar hoe hoog is de prijs die we daarvoor betalen?
In het onderwijs zorgt AI ook voor dilemma’s. De pc een essay laten schrijven is een fluitje van een cent. Er zijn methodes om hierop te controleren, dat is waar. Maar als een computer het veel sneller kan, waarom zouden we studenten het dan überhaupt nog laten doen? Net als de rekenmachine ons helpt bij rekensommen, zo kan AI ons helpen bij het schrijven van teksten. Moet je dan studenten niet leren hoe ze AI kunnen gebruiken in plaats van volharden in oude lesmethoden? Aan de andere kant, maken we leerlingen daar dan niet ontzettend lui mee? En verliezen ze hun creativiteit?
Want laten we eerlijk zijn: de risico’s zijn minstens zo groot als de voordelen. Als je met het blote oog AI niet meer van de werkelijkheid kunt onderscheiden, wie bepaalt dan nog wat waar is? Wat is waarheid in een wereld waarin beeld en geluid even makkelijk te vervalsen zijn als tekst? En dus alles te manipuleren is.
Deepfakes, desinformatie, automatische beïnvloeding via sociale media: we staan op het punt de controle kwijt te raken. De technologie ontwikkelt zich, zoals altijd, sneller dan de wetgeving. En dus lopen we achter de feiten aan.
En toch zijn er nog altijd mensen die geloven dat AI slechts een hulpmiddel is. Een gereedschap. Maar zelfs het scherpste mes kan dodelijk zijn, afhankelijk van wie het hanteert. De vraag is dus niet of AI ons leven makkelijker maakt – dat doet het al. De vraag is of wij als samenleving klaar zijn voor de gevolgen.
Er is één ding dat AI nooit zal kunnen vervangen: en dat is de bezieling die menselijke creativiteit met zich meebrengt. AI kan een hele boel: het kan analyseren, voorspellen, imiteren. Maar of het kan inspireren, dat vraag ik mij af. Neem nu de muziek van Bach, Beethoven, Paul McCartney of Bob Dylan. Of Brian Wilson van The Beach Boys, die deze week overleed. Geen enkele computer of algoritme kan dergelijke genialiteit evenaren.
Toch zal AI het blijven proberen. Het zal muziek componeren in de stijl van Wilson, essays schrijven als Orwell, schilderen als Van Gogh. En dat is precies waar het gevaar schuilt: in de imitatie. Want als we het verschil tussen imitatie en oorsprong niet meer herkennen, verliezen we meer dan alleen controle – dan verliezen we betekenis. Authentieke menselijke expressie dreigt ondergesneeuwd te raken onder een lawine van perfect nagebootste oppervlakkigheid.
Misschien is dat wel de grootste waarschuwing die AI ons geeft: niet dat het ons werk overneemt, maar dat het onze oordeelsvorming ondermijnt. Dat het ons vermogen tot verwondering afvlakt. En dat het, als we niet opletten, onze menselijkheid inruilt voor efficiëntie.
Dus wees kritisch. Wees waakzaam. Gebruik AI, maar laat het u niet gebruiken. En als u in deze column iets hoorde dat te slim klonk om van mij te zijn – dan was dat input van ChatGPT.
