Deze website maakt gebruik van cookies. Voor meer informatie: lees ons cookie-beleid of verberg deze melding. ×

De aard van het beestje

De column van Bert van Oosterhout

21 mei 2022 Bert van Oosterhout

Het is vandaag Lentefeest op de kinderboerderij Klein Boveneind.  Onze vliegende verslaggever Terry is erbij. Hij houdt ons op de hoogte van wat  de vaste bewoners en de bezoekers bezighoudt. En van wat ik er tot nog toe van hoor, is het gezelligheid troef.

  Het herinnert me onwillekeurig aan een  kleine vriend, een  hangbuikzwijntje dat luistert naar de naam Kotelet. Hij woont niet hier, maar scharrelt tevreden knorrend op het erf van een bevriend echtpaar, elders. Hij laat er geen twijfel over bestaan dat hij het paar als zijn enige echte adoptief-ouders heeft geadopteerd.

  Kotelet heeft alles wat zijn hartje begeert. Wellustig wentelt hij zich een paar keer per dag in het modderige poeltje voor zijn nachtverblijf. Het is vermakelijk hem bezig te zien. Vooral met die lach op zijn snuit. Voor dit zwijntje is de wereld een feestje – dat kan niet missen.

  Nieuwsgierig besnuffelt hij af en toe een van de kippen die hippend pendelen tussen hun hok en het erf. Ook vindt hij het gezellig een beetje met de hond des huizes te dollen. Bij voorbaat een verloren gevecht. Want de uit de kluiten gewassen Berner Senne Brutus is hem altijd te snel af. Een eindje verderop melden vier paarden zich bij de afrastering wanneer de bazin van het spul hun kant opwandelt. Ze eten uit haar hand.

  Het lijkt alsof we in een tafereel van de Hollandse landschapsschilder  Jacob van Ruisdael terecht zijn gekomen. Een lage horizon, grazige weiden en een kleine hofstede waar mensen en dieren tevreden samenleven. Zo moet het bedoeld zijn, sinds Noach in opdracht van Hogerhand in zijn ark de bijbelse fauna redde van de zondvloed.

  Het moet trouwens een hele drukte zijn geweest op de Ark van Noach, bedacht ik toen ik kortgeleden, zittend aan de rivier in de Stormpolder, naar de lege kade keek waar jarenlang de reusachtige replica heeft gelegen van wat je met een beetje goede wil het allereerste cruiseschip aller tijden zou kunnen noemen. Een hoop drukte en natuurlijk een herrie van jewelste moet dat zijn geweest. Denk je even in: hoeveel decibel zullen de verzamelde olifanten, leeuwen, koeien, varkens en de rest van de levende have hebben geproduceerd? Daar kom je tegenwoordig niet mee weg.

  Om over de stank maar te zwijgen. Een moderne varkens- of koeienstal veroorzaakt misschien meer stank, maar die heeft wel een afzuiginstallatie. Noach en de zijnen plempten de mest natuurlijk gewoon overboord. Wat wil je: mensen en dieren samengedrongen op een schip. Schuilend voor de zondvloed die we nu misschien tsunami zouden noemen.

  Die Noach mocht trouwens van geluk spreken dat de Partij voor de Dieren (PvdD) in zijn tijd nog niet bestond. De charmante maar strenge Leonie Vestering, lid van de Tweede Kamer  voor de PvdD, zou het hem knap lastig hebben gemaakt. Zij zorgde er mede voor dat vanaf 1 januari 2023 dieren geen pijn of ongemak mogen ondervinden doordat ze in een stal of hok leven. Ze moeten, aldus de nieuwe regels, zo veel mogelijk hun natuurlijk gedrag kunnen vertonen. Dat klinkt heel nobel. Daarom stemden indertijd 89 van de 150 Tweede Kamerleden voor.

  Kotelet kan gerust zijn. In zijn idyllisch bestaan verandert niets. Maar de nieuwe wet gaat niet alleen over kippen, varkens en koeien. Ook over huisdieren. Denk aan de Vlaamse Reus die in zijn eentje zijn dagen slijt in een hok in de achtertuin. Of aan de parkieten in een te kleine volière. Nog afgezien van dierlijke artiesten als dansende bruine beren, walsende olifanten en circushonden die beter dan Danny Blind een bal hoog houden.

  Wie dieren een goed hart toedraagt, gunt hen natuurlijk het beste. En wie goed is uitgeslapen, beseft dat de dierenwet vooral een statement is – een onpraktisch papieren voornemen. Om beurten hebben ministers de afgelopen jaren verkondigd dat het natuurlijk gedrag van dieren het richtsnoer moet zijn in de veehouderij. Iedereen die wel eens naar Boer zoekt vrouw heeft gekeken, weet dat daar niet veel van terecht is gekomen.

  Eerlijk gezegd heb ik nooit veel begrepen van de relatie tussen mensen en dieren. In seniorenappartementen bij mij om de hoek, struikel je over de mini-hondjes. Op het hoogtepunt van de corona pandemie waren de beestjes nauwelijks te tellen. Niet te geloven hoeveel van die brave mormeltjes viermaal daags door baas en bazin worden uitgelaten. En wanneer de beestjes in de grasstrook langs de singel hebben gepoept en gepiest, wacht de beloning: een stevige knuffel op de bank voor de tv. Die hartelijkheid begrijp ik.

  Minder begrip heb ik voor de dierenliefhebbers die het veld intrekken om hazen, konijnen, reeën, herten, fazanten en wat al niet naar de eeuwige jachtvelden te schieten. 'Dat gebeurt om de populatie op peil te houden', wordt gezegd. 'En natuurlijk ook om allerhande lekkernijen op tafel te brengen.' Het laatste spreekt me dan weer wel aan. Dus noteer mij maar als een schijnheilige dierenliefhebber. Sorry.

  Zitten we nog met de vraag: wat gaat er – in het licht van nieuwe voorschriften – gebeuren met al die kanaries en parkieten in de Nederlandse huiskamers? Als die niet meer vrij in hun huiskamerkooi mogen trippelen, wat betekent dat voor tienduizenden eenzame ouderen? Ik  neem aan dat de Partij voor de Dieren daar rekening mee houdt. Maar ze  heeft hoe dan ook aardig wat verwarring gesticht. Daarom moet toch nog eens worden uitgezocht wat nu eigenlijk de aard van het beestje is.

Voor wie het aangaat:
veelplezier op Klein Boveneind.

En een prettig weekend.

21 mei 2022
Bert van Oosterhout