Deze website maakt gebruik van cookies. Voor meer informatie: lees ons cookie-beleid of verberg deze melding. ×

Een nieuwe canon

De column van Bert van Oosterhout

27 juni 2020 Bert van Oosterhout

Plotseling is geschiedenis een springlevend onderwerp. Als de huidige beeldenstorm iets duidelijk heeft gemaakt is het dàt wel. Menige bronzen held van weleer  is inmiddels beroofd van zijn titel en zijn hoofd. De furie van de straat heeft in redeloze woede de vaderlandse geschiedenis gecorrigeerd. Dat was althans de bedoeling.

Alsof het zo moest zijn, viel de storm samen met het verschijnen van de herziene Canon van de Nederlandse geschiedenis. Louter toeval, da's duidelijk, maar daarom niet minder interessant. Zowel de beeldenstorm als de canon herijkt  onze nationale historie.

Anti-racisten en allerlei rel-ziek geteisem trokken nogal wat kerels, die wij als helden hadden leren kennen, van hun sokkel. En hoe raar het ook klinkt, de makers van de aangepaste canon doen dat ook. Maar zij doen het per definitie totaal geweldloos. En met  serieuze argumenten. Ook al valt daar hier en daar best een vraagteken bij te plaatsen.

Maar zoals gezegd, meer dan ooit lééft de geschiedenis. Wij zijn niet de erfgenamen van een amorfe samenleving, zonder vorm of beweging.Verre van dat. In de oerversie van de canon kwam dat al duidelijk tot uiting. Die versie kwam tot stand in 2006 in opdracht van de regering. Ze was bedoeld  als houvast voor scholieren van 8 tot 14 jaar. En hun onderwijzers. In 50 thema's – vensters genoemd – gaf ze een chronologische samenvatting van de geschiedenis van Nederland.

14 jaar na dato vond minister Ingrid van Engelshoven (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap) het tijd voor een herziening van de eerste canon. Zij bepleitte meer aandacht voor de lelijke kanten van de vaderlandse geschiedenis. Niks ervan, zei de Tweede Kamer. Met de commissie die het karwei moest klaren, koos ze voor aanpassingen. Niet voor een overdreven of eenzijdige nadruk op wat er allemaal niet goed ging. Wel voor een nieuwe kijk op het verleden .

Een frisse blik op het verleden levert onvermijdelijk nieuwe inzichten op. Personages en gebeurtenissen van toen waren bij nader inzien minder belangrijk voor de samenleving dan we dachten.  Zo kon het gebeuren dat Floris de  Vijfde, Karel de Vijfde, de Grachtengordel, de kunstrichting de Stijl en – tot verrassing van velen – Willem Drees het veld moesten ruimen.

Als liefhebber  van geschiedenis, keek ik hier toch even van op. 'Vadertje Drees' is  – beter gezegd: was –  voor enkele naoorlogse generaties in ons land, de icoon van de AOW. Kijk, of Karel de Vijfde in de nieuwe canon voortleeft of niet, zal velen worst wezen. Ze kennen de man  immers niet. Hij blijft een papieren persoon. Maar Willem Drees. Dat is andere koek.

Wanneer de historici die de canon aanpasten, zo'n besluit nemen, hebben ze wat uit te leggen. Dat deden ze dan ook. In de persoon van James Kennedy van  het University College Utrecht, die de bewerking van de canon leidde, kwamen we meer te weten.

Door de NRC ernaar gevraagd, zei hij: ” Drees was natuurlijk verantwoordelijk voor de invoering van de ouderdomsuitkering, maar je moet in de jaren  zestig zijn als je echt wilt weten hoe de verzorgingsstaat is opgebouwd. Drees wilde een vangnet, geen hangmat. De uitbouw van de verzorgingsstaat gebeurde onder de confessioneel-liberale kabinetten. Met mensen als Gerard Veldkamp en Marga Klompé, beiden van de KVP. Zij voerden in 1965 de Algemene bijstandswet in.”

Allemaal leuk en aardig, zo'n toelichting. Maar ik blijf toch zitten met deze vraag: is –  historisch gezien – de vondst van het skelet van Trijntje, die nu in de canon is vereeuwigd, belangrijker voor ons land dan Willem Drees? Trijntje is, zoals jullie misschien hebben gelezen, een van de eerste bewoners van Nederland. Haar geraamte werd in 1997 opgegraven.

Nou, wie het  weet mag het zeggen. Ik begrijp dat nu professor Kennedy zijn  vinger opsteekt. Bij wijze van spreken dan. Ongetwijfeld wil hij erop wijzen dat juist hij in de nieuwe Canon van de Nederlandse geschiedenis menigeen onder onze voorouders zijn plaats wijst.

Goed beschouwd, willen hij en zijn commissie hetzelfde bereiken als de vele tienduizenden betogers. Alleen zonder geweld. Zoals wij allemaal, kijkt hij met afschuw naar het  straatgeweld van geteisem en hooligans. Maar hoe vervelend dat allemaal is, zijn canon is nu juist een afspiegeling van het wel en wee in de maatschappij.  Waarbij het opstandige heden en het woelige verleden elkaar ontmoeten.

Zoals altijd beheersen de hardste schreeuwers de straat. Aan hen zijn de herziene opvattingen in de canon niet besteed. Mogelijk wel aan de groep vreedzame demonstranten. Zij hebben wel wat  te winnen bij het lezen van de Kennedy-canon. Zoals de scholieren voor wie de canon is bedoeld, zouden zij zo erachter komen  dat een samenleving kan veranderen langs paden van geleidelijkheid en fatsoen. Wat een winst zou dat zijn.

Beste luisteraars, een plezierig weekend. Houd afstand en blijf gezond. Tot de volgende keer.