Deze website maakt gebruik van cookies. Voor meer informatie: lees ons cookie-beleid of verberg deze melding. ×

Black lives matter

De column van Bert van Oosterhout

13 juni 2020 Bert van Oosterhout

Beurtelings woedend en verbaasd was ik bij het zien van de politie-moord op George Floyd en de daarop volgende protesten. Machteloze woede beving mij toen ik op televisie zag hoe een fascistische witte politie-agent in Minneapolis een zwarte arrestant in koelen bloede de dood injoeg. Nota bene voor het oog van de wereld. Verbazing over de omvang van het wereldwijde protest dat maar niet ophoudt. En dat is goed zo.

Het straatgeweld dat vooral in Amerika samengaat met de protesten, keur ik af. Maar ik begrijp het wel. Wanneer je generaties lang wegens  je huidskleur als tweede- zo niet derderangsburger wordt behandeld – doet dat iets met  je reflexen. Wie systematisch als Untermensch wordt bekeken, zal allicht vanuit die positie reageren. Bijvoorbeeld door in een eigentijdse beeldenstorm af te rekenen met de bronzen iconen van een koloniaal verleden.

Een niet te verwaarlozen bijkomstigheid is dat de Minneapolis-moord voor miljoenen in de hele wereld een wake up call is geworden. In het verleden heeft geen  geruchtmakende moord het collectieve bewustzijn zo intens beroerd. Zonder mitsen of maren laat het racisme hier  zijn ware gezicht zien. En menigeen realiseert zich dat het bijna in ieder mens sluimert. Ook in jullie en in mij.

Ja, ja, ik weet het, we bedoelen het niet kwaad. Maar toch. Dat al die sollicitatiebrieven met die arabische, Turkse, Afrikaanse namen ondertekend, onbeantwoord blijven kan toch geen toeval zijn?  Zoals het natuurlijk evenmin toeval is dat de niet-blanke man van onze  minister van buitenlandse zaken, Sigrid Kaag, in New York voor haar klusjesman wordt aangezien, hoewel hij tandarts is. En dat zij in Zwitserland soms de familie-auto bestuurt, en niet hij, omdat ze anders gegarandeerd door politie en/of douane worden aangehouden, zegt ook wel wat.

Na Minneapolis kunnen we er niet meer omheen. Racisme is onder ons. En plotseling vertoont het overeenkomsten met een pandemie. Als het ware familie van het beruchte corona-virus. En even moeilijk uit te roeien. Met dit verschil dat een helend vaccin voorhanden is. Premier Rutte in eigen persoon heeft ervan geproefd. Prompt is hij genezen van zijn bedenkelijke kijk op Zwarte Piet. Ja, je hoort het goed.

Zoals bekend, vond hij de opgefokte discussie over Zwarte Piet flauwekul. Piet is nu eenmaal zwart. Met racisme heeft dat niks te maken. Kwestie van folklore, vond hij tot voor kort. Maar intussen heeft hij zijn antenne bijgesteld. Omdat hem was gebleken dat veel Nederlanders-met-een-kleur zich oprecht ergeren aan dat type uit Spanje. Ok, hij kan nu prima leven met een Streepjes-Piet, Schoorsteen-Piet of welke Piet ook. Zaak gesloten. Was het maar zo. De reacties op de Minneapolis-moord maken duidelijk dat ook in ons land een stevige gedachtenwisseling over institutioneel racisme noodzakelijk is. Er zijn immers voorbeelden bij de vleet van overheden, bedrijven, onderwijsinstituten, politiekorpsen en wat dies meer zij, waar discrimineren op grond van huidskleur, afkomst en zo meer, aan de orde van de dag is. Tijdens het happy hour – met gelijkgestemden en een borrel aan de bar – zijn we allemaal o zo tolerant. Maar de ondertoon van discriminatie is dikwijls niet ver weg. En juist het  vanzelfsprekende ervan is waar landgenoten-met-een-kleur van balen. Minneapolis lijkt hierbij als een keerpunt te werken. 

Zelfs temidden van de ellende van de corona-crisis is de discussie over discriminatie opgelaaid. Veelal aangewakkerd door twintigers en dertigers, wier bewustzijn extra is getriggerd  door de moord op George Floyd.

Deze welbespraakte generatie laat er geen twijfel over bestaan: het is genoeg. Jongeren van allerlei kleur veroordelen niet alleen het politiegeweld in de USA. Ze keren zich ook tegen het soms half versluierde racisme, waar Nederlanders-met-een -kleur tegenaan lopen. Zo verschaft het geweld aan de andere kant van de oceaan als het ware brandstof  voor het debat in ons land. Een debat dat hoognodig helder moet maken waar de weeffouten in ons poldersysteem zitten.

Nou is de praktijk op dit stuk behoorlijk weerbarstig. Je kunt wetten maken om ongelijke behandeling tegen te gaan. Allemaal mooi en aardig, maar het werkt niet of nauwelijks. De witte uitsmijter bij elke willekeurige discotheek weigert op eigen gezag iedere stapper-met-een-kleurtje. Daar kraait geen haan naar. En praat die vogel maar eens een andere mentaliteit aan. Dat gaat je niet lukken. Ook met wetgeving krijg je dat niet voor elkaar. Met andere woorden: goede raad is duur.

Toch is de geest uit de fles. Het besef dat ook wij weer eens een blik moeten werpen in ons Handboek Tolerantie is ineens springlevend. En dat is winst. “Wij moeten onszelf de maat blijven nemen”, zei Henk van Essen, de nieuwe korpschef van de Nationale Politie, vorige week. Laten we het daar, op deze  zaterdagmorgen, maar eens op houden.

Beste luisteraars, een plezierig weekend. Houd afstand en blijf gezond.