Deze website maakt gebruik van cookies. Voor meer informatie: lees ons cookie-beleid of verberg deze melding. ×

Doneren

De column van Lourens Portasse

3 maart 2018 Lourens Portasse

Na een tweede herseninfarct in één jaar gaan de gedachten toch een beetje richting een dood die misschien wel eerder komt dan gewenst. Een lichte onrust heeft zich in het nog functionerende deel van mijn hersenen gemanifesteerd. Hoelang leven heb ik op deze manier nog over. Deze onrust en de beslissing in de Eerste Kamer  van de Staten Generaal over het doneren van lichaamsdelen na de dood, komen als vanzelfsprekend in mijn arme hoofd samen.

Op de bank in de huiskamer meld ik dan ook aan mijn echtgenote dat men na mijn dood alles mag  oogsten van mijn lichaam. Mijn nieren, mijn longen, mijn ogen, mijn tenen, mijn huid en zelfs mijn oren. Ik doneer alles Nou, de reactie van mijn doorgaans zorgzame, liefdevolle echtgenote liet niet op zich wachten.

Je oren  doneren. Lijkt me niet een goed idee. Je luistert toch nooit als ik wat zeg. En dat hart van jou klopt misschien ook niet eens meer regelmatig. En dan die mond van jou doneren. Zó luid, zó groot, zó ongenuanceerd. Men zal er te veel van schrikken. Maar, je gedachten en je verhalen zijn misschien wel bruikbaar voor de wat stille en weinig uitgesproken types.

Het beste wat ik mag hopen is, dat er na mijn dood nog wel eens iemand met een glimlach om de mond aan mij zal denken en zal verzuchten: hij wist over elke gebeurtenis toch wel weer een leuk stukkie te schrijven.