Deze website maakt gebruik van cookies. Voor meer informatie: lees ons cookie-beleid of verberg deze melding. ×

Vakantieweek

De column van Lourens Portasse

12 mei 2018 Lourens Portasse

Mijn vader werkte bij Ruys & Co in Amsterdam als beëdigd weger, meter en teller. Namens deze expediteur, stuwadoor en cargadoor controleerde hij scheepsladingen, nam monsters en noteerde het aantal colli per hijs.Tijdens mijn vakanties op de middelbare school werkte ik bij dit bedrijf als loopjongen en soms als bijrijder.

Op een zomerse dag, eind zestiger jaren, was er plots opwinding op de Borneokade in het havengebied van Amsterdam. Een boot uit het verre oosten had een grote houten kist gelost. De kist moest bezorgd worden in de Lage Vuursche. Om precies te zijn op Drakestein, de woning van toen prinses Beatrix. De inhoud van de kist bestond uit een servies, een gift uit een ver land. Vervoerd en behandeld door de Amsterdamse vestiging van de Koninklijke Rotterdamsche Loyd: Ruys & Co.

Ik moest als bijrijder mee naar Drakestein. Ik was de zoon van een werknemer, zat op de middelbare school, kon al een beetje Engels spreken, dus blijkbaar de meest geschikte persoon. Terwijl de vrachtwagen gewassen werd, de laadruimte goed schoongemaakt, werden er splinternieuwe stofjassen uitgereikt. Eén voor de chauffeur en één voor mij als bijrijder. Het logo van Ruys & Co op de borst gestikt. Mijn stofjas hing wat ruim om de schouders. De vrachtwagen was ondertussen glimmend schoon, de kist voorzichtig ingeladen. Uitgezwaaid door de bootwerkers en het kantoorpersoneel.

Op weg naar de Lage Vuursche, kaart van Nederland op schoot. Onze namen waren, voor zover ik me herinner, al doorgegeven aan de bewakingsdienst  van Drakestein. Gearriveerd in de Lage Vuursche, toch nog even zoeken naar de ingang. De marechaussee doet haar controlerende werk. We stoppen bij één van de bijgebouwen, vlak naast het kasteeltje met slotgracht en vaste brug. Stofjas aan, de kist voorzichtig openen. Elk stuk van het servies, elk kopje en schoteltje, zat verpakt in donkerbruine houtwol met een raffia-achtig touwtje er omheen. Het uitgepakte servies werd uitgestald op een gereedstaande lange houten tafel.

Plots staat er een blond jongetje naast me die vraagt wat we aan het doen zijn. Ik laat hem de kist zien en vertel over het servies en geeft hem een aai over zijn hoofd. De kinderjuffrouw komt aangesneld en roept het joch bij zich: "Willem Alexander". Hij neemt snel met zijn ogen afscheid en meldt zich bij de juffrouw. 

Of de heren een kopje koffie wensen. We komen terecht in de keuken van het kasteeltje. De kok is bezig met het avondeten. Ik zie hem de gekookte krieltjes controleren en doormidden snijden. Alles gereed makend om ze straks te bakken. Vanaf dat moment heb ik me voorgenomen, dat als Beatrix of Willem Alexander ooit bij me komen eten, ik in ieder geval gebakken krieltjes serveer. Nou moet u dit bij u  thuis ook niet plotseling allemaal gaan serveren als ze langskomen, want anders eten ze steeds hetzelfde.