Deze website maakt gebruik van cookies. Voor meer informatie: lees ons cookie-beleid of verberg deze melding. ×

Erik van Muiswinkel

De column van Sid B. Dane

30 september 2007 Sid B. Dane

In 1995, inmiddels 12 jaar geleden, had ik Erik van Muiswinkel te gast in de studio. Hij speelde zijn 2e soloprogramma "De Mensenvriend" in Krimpen aan den IJssel. Ik was nog erg "groen" wat interviewtechnieken betreft, maar ik vind het nog steeds en leuk interview. Erik was duidelijk in een goeie bui, en gaf zich, ondanks de kleinschaligheid van onze omroep, toch volledig in het interview.

Hier volgt het transcript.

Sid: Welkom, Erik van Muiswinkel.

Erik: Jij ook welkom…

Sid: Dank je… Ik moet heel eerlijk zijn: een tijdje geleden alweer zag ik je affiche hangen, dat je een voorstelling hier in de Tuyter zou komen geven, bij ons. Ik dacht: hee, die naam die ken ik, maar ik kon er helemaal niks bij voorstellen.

Erik: Wat je van tevoren verwacht had?

Sid: Ja.

Erik: Ben je nooit naar “zak en as” geweest, vroeger?

Sid: Nee.

Erik: Ja, zie je, daar heb je het al. Dat is een hiaat in je cabaretkennis en je algemene ontwikkeling… Nee.. Ik heb vier avondvullende voorstellingen met “zak en as” gemaakt. Met Justis van Oel en Diederik van Vleuten. En toen heb ik daarna een voorstelling zelf gemaakt. Zelf geschreven, zelf gespeeld, met een actrice. Die hebben we 150 keer gespeeld: “de heldenlul”. Daar ben ik ook het hele land mee doorgeweest. En wat er nu bij mij in de zaal komt, in “De Mensenvriend”, dat is een hele grote, rare mix van mensen die mij in het theater hebben gevolgd in de afgelopen 10 jaar, en mensen die me van de televisie kennen en mensen die gewoon een abonnement hebben en denken: “ik ga wel zien!”. Dus is er voor mij heel moeilijk een pijl op te trekken met wat voor verwachtingen mensen ernaar gaan kijken. En dat heeft een groot voordeel: dat het iedere avond opnieuw even spanend is welke kant het uitgaat met het publiek, en gelukkig in negen van de tien keer win ik wel op punten, ja.

Sid: Je bent bij “zak en as” begonnen, als lid van de cabaretgroep?

Erik: Ja, nou dat gaat altijd zo met cabaretgroepen, je hebt een vriendenclubje, en dan ga je omdat je wat te vertellen hebt en wat leuke nummers in de la hebt liggen, ga je meedoen aan zo’n festival: daar zijn er veel van. Wij hebben toen Leiden gewonnen, het Leids Cabaretfestival. Dat was in 1985 en toen zijn wij toch vrij snel binnen een jaar of 5, 6 naar de grote zalen gegaan en zelfs de volle grote zalen: 1000 man, 800 man. Op een gegeven moment gingen we dat heel normaal vinden. En toen zijn we gestopt. Het gaat nu een beetje ver om allemaal uit te leggen waarom en toen moesten we allemaal apart weer overnieuw beginnen. Diederik van Vleuten is nu met Arie van der Wulp, heeft een programma “De Moed der Wanhoop” en die trekken ook vaak zo’n 100 mensen. En ik ben opnieuw begonnen en ik heb vorig jaar al wat opgebouwd met “De Heldenlul” en ik trek nou gemiddeld zo’n 300, 400 mensen over het geheel genomen. Dus, ja dat is echt weer opnieuw opbouwen.

Sid: Het is echt niet zo geweest dat je zeg maar het idee had “ik ben zo goed, dat ik het alleen ook wel kan”?

Erik: Nee, het is een beetje per ongeluk gegaan. Ik heb wel altijd in mijn achterhoofd gehad dat het misschien wel eens leuk is om ook alleen een avond te vullen, maar dat is toch een beetje hoogmoedig natuurlijk. Het is niet het eerste waar ik aan gedacht heb. Maar omdat de actrice met wie ik vorig jaar speelde, Margot Ros, die wou niet verder, niet omdat ze het niet leuk vond maar omdat ze andere ambities had. Ze wou meer de toneelkant op. En toen stond ik opeens toch in mijn pyamaatje buiten. En ja, je gaat niet zomaar omdat het moet, mensen uitzoeken met wie je verder niet zoveel te maken hebt. Dus heb ik met m’n ouwe maat Justus van Oel een programma bedacht en bijna misschien ook wel een nieuwe vorm bedacht; cabaret-achtig toneel waarin we konden vertellen wat we nu eens een keer kwijt wilden. Dat is “De Mensenvriend” geworden.

Sid: Voordat we het over “De Mensenvriend” zelf gaan hebben: ik kende jouw naam alleen van TV, voornamelijk…

Erik: Ik denk dat dat wel voor veel mensen geldt ja.

Sid: Het lijkt me moeilijk: je bent een cabaretier, het lijkt me moeilijk voor jou als cabaretier om dan toch bekend te zijn van TV.

Erik: Nou, dat heeft ook wel een beetje meegespeeld toen ik daar 4 jaar geleden –alweer, het is zelfs 5 jaar geleden- mee ophield. Met “Ook dat nog”. Ik ben nog wels eens af en toe op TV maar dat zijn dan weer andere dingen. Inmiddels ook dan weer als cabaretier, bij Spijkers. Dat gaat in januari weer beginnen, aanstaande, bij de VARA. Maar d’r waren meerdere redenen, maar een daarvan was: ik wilde graag in het theater verder en ik wilde cabaretier zijn. Ik had enorme lol gehad, 42 afleveringen lang bij “Ook dat nog”. Maar ik vond dat het een beetje op was. Wat ik kon aar, had ik gedaan. Al m’n stemmetjes, al m’n Surinamers, al mijn ambtenaren had ik eruit gegooid. Ja die onderwerpen gingen zich op een gegeven moment een beetje herhalen: weer een ijskast, weer een mislukte reis… Dus ik vond dat de cirkel gewoon rond was.

Sid: Het programma draait ook wel heel erg lang inmiddels.

Erik: Nou ja, het is gebleken dat het zo’n ongelofelijk groot publiekssucces is, dat ze het zich eigenlijk inmiddels niet meer kunnen veroorloven om te stoppen. Dan doen ze daar toch 2½ miljoen mensen geen plezier mee. Dus dan ga je dan maar door. Dat is een beetje zoals de TV werkt, zolang het een succes is, moet het wel doorgaan. Maar ik had de indruk dat het toen voor mij net tijd was om op te stappen. En ik heb er nu dus niet echt last van, net als Paul de Leeuw, die heeft er op een gegeven moment vreselijke last van gehad. Die kreeg 850 mensen in de zaal die alleen maar lawaai wilden maken en met hem mee wilden zingen. Terwijl hij daar heel gevoelig cabaret ging brengen. Dus die werden niet stil. Toen heeft hij er een jaar lang vreselijke toestanden over gehad. Hij is weggelopen, heeft mensen uit de zaal gestuurd, allemaal van die rare rellen, en inmiddels… Jack Spijkerman, ook, zelfde probleem. En ik moet zeggen; 5 jaar geleden “Ook dat nog”, ik heb daar niet echt last van, in de zaal. Als er heel af en toe een groepje scholieren is wat iets totaal anders had verwacht, dan moet ik dat op een of andere manier met ze in orde maken. Dat lijkt altijd wel. Maar dat gebeurd maar heel weinig.

Sid: TV wordt toch gauw gezien als “als je eenmaal op TV bent geweest, ben je beroemd, kent iedereen je”.

Erik: Ja.

Sid: Maar even: wat ik persoonlijk even als dieptepunt zag. Ik zag je op een gegeven moment in een programma met Jan Lenferink. Een media-programma was dat. Dat was opeens weg.

Erik: Dat programa was weg?

Sid: Opeens.

Erik: Maar hoezo zag je dat als dieptepunt dan?

Sid: Nou ja, je draagt toch je steentje bij aan die show. Het is een flop geweest!

Erik: Ja, hebt het toch niet allemaal voor het uitzoeken. Niemand wat het van te voren. Toen wij met “Ook dat nog” begonnen had niemand enig idee wat dat zou worden. En na pas ruim een jaar kregen we het door. En toen is het nog verplaatst naar een gunstiger moment. En opeens ging iedereen kijken. Het had net zo goed totaal kunnen floppen. Van tevoren weet je dat niet. En ik had natuurlijk nooit met die show van Jan Lenfering meegedaan als ik dat niet erg leuk had gevonden. Ik had daar een cabaret act. Een keurige man uit Wassenaar die keiharde pornofilms besprak… Nou je ziet: daar ben ik maar in doorgegaan…

Sid: Ja precies, dat leek me een uitstekende brug naar vanavond.

Erik: Ja dat is nog nooit in Europa vertoond, dat er op serieuze toon pornofilms werden besproken. Ik was daar zelfs, nog steeds, wel trots op dat type. En ik vond Rijk de Gooyer ook fantastisch in dat programma. Alleen om allerlei andere redenen is dat toen geflopt.

Sid: Ja dat kan je nooit zeggen.

Erik: Dan zit je een keer op een verkeerde boot. Daar ben ik heel monter in. Je hebt het niet voor het uitzoeken.

Sid: Nou we er toch even op doorgaan, het is weer een soort taboe natuurlijk als je zoiets op TV gaat noemen, als je het over porno gaat hebben. Erotiek al. Dat is heel bijzonder.

Erik: Kijk het is natuurlijk een heel rare, schijnheilige situatie met die porno. Het zijn hele dunne grenzen. Je kan heel ver gaan, maar er zijn bepaalde dingen, die kan je niet niet weer laten zien. Een stijve pik die mag je op TV weer niet laten zien. Als je dat doet, is dat net over de grens. En wij hebben toen zitten dubben met “TV Puree”, zo heette het programma, ik zal het nog even in herinnering roepen. Als je die films bespreekt, dan moet je er eigenlijk ook wat uit laten zien. En wij zochten naarstig naar scenes die er net mee door konden. Desondanks was het voor TV-begrippen toch veel te hard. Het zou bovendien om half twaalf worden uitgezonden, ’s avonds, maar voordat we het wisten stond het opeens om half tien geprogrammeerd. Dan zit nog steeds het verkeerde publiek te kijken. Het was echt een nachtprogramma. Maar RTL 5 dacht: Jan Lenferink, die is populair, dat gooien we naar voren. Nou dat hebben ze geweten. Want mede door die rubriek pikten de mensen dat absoluut niet. En porno is zo, ik zeg het in dit programma ook: het blijkt dat verschrikkelijk veel mensen daar wel naar kijken, met name ook overigens heterosexuele stellen. De helft van die dingen in de videotheek wordt gehuurd door stelletjes. Maar op het moment dat je er in het openbaar mee geconfronteerd wordt, dan kan het weer niet. Daar zijn natuurlijk hele diepe drijfveren voor. Dat is voor een deel waar dit programma ook over gaat.

Sid: Ik denk ook dat je vanavond weer een aantal mensen geschokt heb. Ik heb een paar mensen gesproken, die zeiden “Nou, ze willen graag choqueren, maar moet het nou op zo’n manier?”.

Erik: Maar kijk, als die mensen 1 ding zouden hebben moeten begrijpen op deze avond, dan is het natuurlijk dat ik in zo’n verhaal dat ik vanavond vertel en speel, dat ik niet choqueer om het choqueren. Ik bedoel: als je nu uit de losse hand een paar gemene grappen maakt en niemand snapt waar dat mee te maken heeft. Maar ik bouw bijna een kasteel op van verhalen en zij-verhalen en bouwstenen en anekdotes. Wat tot de laatste komma met elkaar samenhangt. Dus niets in die voorstelling is choquerend om eens eventjes een klap uit te delen. Dat vind ik nou juist het grote verschil met een gewone cabaretvoorstelling, waarin je soms denkt: “waar was dit nou eigenlijk ook al weer voor nodig?”. Maar dat is allemaal verantwoord hier. Hoe hard het ook is soms, maar het is allemaal verantwoord.

Sid: Cabaret daar zit vaak veel politiek in, dat viel met jou wel mee. Qua dingen die je meepakt uit de actualiteit. Af en toe, met name die Algarijn, dat was de grote rooie draad.

Erik: Nou, je kan in dit geval niet van rooie draden spreken. Het verhaal is een verhaal. Van de allereerste noot die ik speel tot de laatste. in dat opzicht is het toch eigenlijk een soort toneelstuk. En daar lopen een aantal draden doorheen, waaronder de Algarijn. De Algarijn is vrij actueel. Maar het speelt heel erg in alle opzichten in 1995. De videotheken, de porno, de Algarijn. Ja eigenlijk alles.

Sid: Wat probeer je nou te vertellen met die voorstelling?

Erik: Het gaat niet over politiek, over boeren, over Wim Kok, dat natuurlijk niet.

Sid: Nee precies, want als ik kijk naar –tussen aanhalingstekens- de grote drie. Vroeger, Wim Kan dat was natuurlijk politiek, politiek. Seth Gaaikema, nou ik noem ze maar.

Erik: Ja. Er zijn er op dit moment eigenlijk heel weinig die het over politiek hebben. Zeker van mijn generatie, dat gebeurt heel weinig. Hoewel je d’r altijd bij moet zeggen, indirect hebben we het natuurlijk wel over politiek. Want we hebben het over Nederlanders, over de moraal, we hebben het over hoe dit land in elkaar zit. En wat de clichees zijn en wat de irritante types zijn. En dat doen we niet meer op de manier dat je eens even lekker met een lijstje de politici afloopt. Dat is eigenlijk passee. Ik ben benieuwd wat Youp met z’n oudejaarsconference gaat doen, maar ik denk niet dat hij zoals Wim Kan even alle ministers afgaat. Zo werkt het niet meer.

Sid: Nee dat denk ik zeker niet. Maar wat wil je nu eigenlijk vertellen met de voorstelling?

Erik: Of je nou een boek schrijft of een plaat maakt of een voorstelling maakt in het theater; je kan nooit zeggen wat je ergens mee wilt vertellen. Want dat moet namelijk al verteld zijn. Als iemand die vraag stelt, dan is het: of dat hij duidelijk wil maken aan zijn luisteraars of kijkers, een samenvatting van hoe of het is. Of hij heeft het niet begrepen, en dat zou ook kunnen, maar dan is het te laat. Dan ga ik het nu niet uitleggen!

Sid: Dank je wel! Maar een groot deel van de luisteraars hebben het natuurlijk niet gezien.

Erik: Nee, dat vind ik wel een goeie reden. Ik wil best even uitleggen hoe het verhaal grofweg gaat. Het verhaal gaat over een personage wat Erik van Muiswinkel heet, wat natuurlijk best dicht bij mijzelf ligt. En hem overkomt iets die avond, ter plekke. Elke avond gebeurd dat, dat snappen mensen best. Dat is een afspraakje, dat is gespeeld. Maar mijn taak is om het zo goed te spelen dat het terplekke gebeurd. Ik steek een videoband in, die ik opgestuurd krijg en ik zie iets en daar schrik ik van. Dan ga ik aan het telefoneren en vanaf dat moment ontspint zich een verhaal waarin in na de pauze ook ineens niet meer alleen speel, maar dan blijken er ook andere mensen te zijn die zo hun visie op mij hebben. Die veel met mij hebben meegemaakt. Dus het is een soort grote schildering van een praatjesmaker, om het maar even kort samen te vatten, die een aantal koekjes van eigen deeg krijgt. En dat is in de eerste plaats bedoeld om een uur of twee geamuseerd te worden, in dat opzicht is het cabaret. Liedjes, grappen, het moet pret zijn en in de tweede plaats zit er toch ook wel een zekere moraal in en wordt er het een en ander verteld hoe mannen en vrouwen in het moderne westerse huwelijk met alkaar om zouden kunnen gaan. Een van de thema’s daarin is het competitieve element, het altijd spelletjes willen spelen, wedstrijden met elkaar. Het altijd willen winnen, niet tegen je verlies kunnen. Dat speelt een belangrijke rol in mijn leven en dus ook in dit verhaal ja.

Sid: Je maakt ook dankbaar gebruik van een aantal typetjes.

Erik: Ja. Niet zo echt veel. Dat maakt misschien wel de indruk maar er zijn eigenlijk maar 3 hoofdpersonen. Namelijk ikzelf, mijn Algarijnse vriend en mijn ouwe schoolvriend. Dat zijn de enige 3 “round characters” zoals dat dan heet. En de andere zijn dan een beetje bijfiguren. Maar de publiciteit om de voorstelling heen is een beetje zo geweest, als zou ik even een vrachtwagen vol typetjes langs laten komen, zoals eigenlijk in de vorige voorstelling het geval was.

Sid: Dat verwacht men toch een beetje van je, mede –tussen aanhalingstekens- de TV?

Erik: Mede door de TV en ook door de persberichten van tevoren. Je moet altijd vertellen wat voor programma je gaat maken, voordat je ook maar een letter op papier hebt. Anderhalf jaar van tevoren moet je al je plannen inleveren. En dan laat ik het woord “typetjes” wel vallen. Want het valt wel te verwachten van mij. Maar dat is uiteindelijk zelfs nog beperkt gebleven. En ik moet er meteen bijzeggen, en dat volle pond heb ik zeker van de recensenten gekregen. Het worden in die voorstelling eigenlijk geen typetje meer, als het goed is. Het zijn eigenlijk mensen die gewoon bestaan. Die ouwe schoolvriend van mij, die Paul Huurleman, die is volledig aanwezig, en mensen gaan daar wel in geloven op een gegeven moment. En dat geldt zeker wel voor Karim, de Algarijn. Die op het eind, hij heeft bijna het laatste woord bij wijze van spreken. Het echte laatste woord heeft mijn vrouw, die niet meespeelt, maar er wel is. En Karim is vaak de held van de voorstelling hoor. Die speelt mij helemaal van het toneel. En mensen moeten eigenlijk vergeten dat ik het zelf ben. Als het goed is. Dus dat zijn eigenlijk toneelstukken binnen de voorstelling. Die, als het echt goed gaat, mensen kunnen doen vergeten dat ik in mijn eentje op het podium sta. Dan is de avond helemaal gelukt, ja, absoluut.

Sid: Wat ga je verder doen?

Erik: Ik ga eerst tot 20 januari 1997 “De Mensenvriend” spelen. Dus ik heb het denk ik nou een keer of 30 gespeeld en daar knoop ik nog een kleine 120 keer aan vast. Dus voorlopig ben ik onder de pannen. Maar daar komt vanalles bij. In januari gaat Spijkers weer beginnen, bij de VARA. Met Jack Spijkerman, Diederik van Vleuten en Rob Kamphuus. Dan gaan wij de week doornemen met z’n drieen. Dat is het komend winter en voorjaar. Dan ga ik in april en mei nog een keer het land rond, naast “De Mensenvriend” met VOF De Kunst, de popgroep, voor wie ik veel teksten heb gemaakt. Dan hebben wij een Annie Schmidt programma. Een popconcert met 20 a 22 Annie Schmidt liedjes voor afgeladen zalen vol kinderen en hun ouders en die zingen het allemaal mee. Dat is van begin tot het eind gewoon feest en dat doen we op woensdagmiddag en op zondagmiddag zoals dat hoort. Tegen de tijd dat dat achter de rug is, we doen er geloof ik een stuk of 20 a 25 van, dan wordt het wel tijd om te gaan liggen, want dan heb ik het denk ik wel gehad.

Sid: Een druk bestaan, toch wel?

Erik: Het is erg druk ja.

Sid: Ik zal je niet langer ophouden, want dit is vlak na de voorstelling. Je zal wel moe zijn?

Erik: Ja, maar ik ben op een goeie manier moe. Je vermoeidheid wordt mede bepaald door het slotapplaus. En het was hier… hoeveel mensen waren er? Ik denk een stuk of 100. Ja ik kon ze bijna tellen weetjewel, ik moest ze een voor een overtuigen.

Sid: Krimpen aan den IJssel, klein publiek.

Erik: Nou het wa behoorlijk hard werken in het begin, maar ik had sterk het gevoeld dat ze er na de pauze helemaal bijkwamen. En als je dan een goed slotapplaus krijgt, ben ik eigenlijk niet eens echt moe. Dat is alleen als de zaak totaal mislukt is, dan wil je alleen maar onder de douche en weg. Maar dan was ik ook niet hier gekomen. Mijn goeie humeur blijkt al uit het feit dat ik lekker kan ouwehoeren. Maar het was een mooie avond, ja. Krimpen, bedankt! Overigens: alleen aan de IJssel he! Krimpen aan de Lek: niks mee te maken!

Sid: Nou, misschien zijn ze ook langs geweest…

Erik: Nee, dat is heel ander volk van Krimpen aan de Lek. Dat komt hier toch niet.

Sid: Kijk uit, ze kunnen ons ook ontvangen.

Erik: O ze kunnen je ontvangen… Totaal ander volk dan Krimpen aan den IJssel. Maar ik ga er ook een keer optreden. Maar heel iets anders dan Krimpen aan den IJssel.

Sid: Bedankt voor je komst naar studio.

Erik: Geen dank.

Sid: En natuurlijk veel succes verder in je carriere.

Erik: Sterkte met de zender, zet hem op!

Sid: Dank je.

Meer info: http://www.erikendiederik.nl/